Een RPG-forum gebaseerd op de Hongerspelen. Maak een personage aan voor een van de districten en doe mee aan de Hongerspelen!
 
IndexFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

N

O

S

A

E

S

S

T

H

G

I

L

T

O

P

S

Personage van het seizoen
Milly Butterworth
Winnares 1e Spelen
Sage Malone
Winnares 2e Spelen
Madelynn Bristow
Winnares 3e Spelen
Solar Gbadamosi
Winnares 4e Spelen
Kasa Locklear

F

F

A

T

S

Admini
Cecilia Peak
Admini
Tyrell Peak
Moderator
Nike Foxglove
Moderator
Matthew Mills

S

T

I

D

E

R

C

© 2013 - 2015
De Hongerspelen RPG is ontworpen en gemaakt door de Adminies en is gebaseerd op de Hongerspelen trilogie van Suzanne Collins.

Deze skin is getest op
Google ChromeMozilla Firefox

Deel | 
 

 My Pokémon Adventure; A Kanto Experience

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
Ga naar pagina : Vorige  1, 2
AuteurBericht
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | di nov 26, 2013 12:38 pm

The Pokéballs faith
Lavender Town
‘Zondagsrijder!’ brulde Chiaki woedend naar de truck die op hoge snelheid, en met veel geslinger, over de weg er vandoor scheurde. Ze stond met beide benen op de grond. Arya zat naast haar, nog ietwat geschrokken van de van naar beneden, maar gelukkig nog in één stuk; Chiaki en Alano waren nog net op tijd geweest om het tweetal van een crash op de grond te redden. ‘Gaat het weer?’ vroeg de staande brunette  aan de op de grond zittende brunette. Arya knikte . ‘Ja, het gaat wel weer.’ Voorzichtig kwam het meisje overeind en staarde over de weg. De truck was inmiddels uit het zicht verdwenen. ‘Nou zijn we die truck kwijtgeraakt,’ sprak het meisje op jammerlijke toon, maar Chiaki wapperde dit weg met haar hand. ‘Nonsens. Ze hebben alleen maar een voorsprong gecreëerd. We halen ze zo weer in.’ Arya keek even bedachtzaam naar Sarita, welke met haar snavels haar veren aan het fatsoeneren was. ‘Ik denk dat ik liever op de grond blijf,’ sprak het meisje langzaam, waarna ze weer naar Chiaki keek, ‘En terug ga naar Lavender,’ voegde ze er aan toe. Chiaki, welke haar handen net nog in haar zij had gestoken, liet deze weer zakken. ‘O,’ zei ze enkel, waarna ze haar handen weer vastberaden in haar zij stook. ‘Is goed. Alano en ik volgen die truck wel. Ik denk dat Alexis wel wat hulp kan gebruiken in het dorp.’ De brunette knikte, waarna beide meisjes elkaar omhelsden. ‘Succes Chiaki,’ glimlachte Arya, waarop het meisje haar duim op stak. ‘Komt goed. Jij ook succes.’ Arya knikte, haalde Gwen tevoorschijn, en draaide zich toen om.

Chiaki keek even toe hoe het meisje en haar Charmeleon terug naar Lavender renden, waarna ze zich tot Sarita wende. ‘Ga jij maar weer lekker in je Pokéball,’ sprak het meisje terwijl ze de bal van de Pidgeotto tevoorschijn haalde. De vogel keek haar enkel hooghartig aan en verdween in een rode flits. Vervolgens wende Chiaki zich tot Alano. ‘Oké Alano, nu komt het aan op jou en mij.’ De Charizard knikte vastbesloten en balde zijn vuist. ‘We pakken die truck!’ riep Chiaki, terwijl ze haar vuist in de lucht stootte. Alano liet een brul horen en deed haar gebaar na. Het meisje grinnikte, klom op de rug van de Pokémon en samen hervatten ze de achtervolging. Die vrachtwagen ging niet ontsnappen! Niet zolang zij, Chiaki Tsuda, in de buurt was om hem tegen te houden!

Saffron City
Met gebundelde krachten (en stiekem heel veel moeite) lukte het de Gymleiderstweeling om de man en zijn Gengar (en daarna ook nog een reeks andere Pokémon) te verslaan. ‘Kijk, zo doe je dat,’ sprak Kean zelfvoldaan, waarbij hij zijn broer grijnzend aankeek. Kane schudde zijn hoofd en stak zijn vinger omhoog. ‘Ah, goed gedaan, maar ik geloof dat je iets bent vergeten.’ Kean keek toe hoe zijn broer naar voren stapte, zich over de zojuist verslagen man boog en zei: ‘Volgens mij heb jij nog iets wat niet van jou is.’ Kreunend gaf de man op de grond een Pokéball aan Kane, welke hem vrolijk aan nam. ‘Dank je wel. Ik denk dat zijn eigenaar erg blij zal zijn.’ De tweeling liep terug naar de straathoek waar ze het jongentje achter hadden gelaten, alleen was hij nu niet meer alleen. ‘Ah Quirina,’ sprak Kean toen hij de jongedame herkende. ‘Ik zie dat je al kennis hebt gemaakt met onze verdrietige kleine vriend?’ Kane ging op zijn hurken voor het, nog altijd snikkende, kind zitten en stak hem de Pokéball toe. ‘Ik geloof dat deze van jou is.’ De bal klapte open, waarop er een kleine Eevee tevoorschijn kwam. ‘Eevee!’ riep het jongentje luid, waarna hij de kleine, pluizige Pokémon in zijn armen sloot. Kane stond weer op en keek naar Kean. ‘Zo, dat is ook weer geregeld.’ Kean knikte en keek om zich heen. ‘Volgens mij moeten we even wat orde op zaken stellen hier in de stad.’ Zijn tweelingbroer knikte, waarop de tweeling naar Quirina keek. ‘Quirina, heb je zin om ons assistentie te verlenen?’ Verwachtingsvol keken ze naar de jongedame met het vuurrode haar. Deze toverde een glimlach tevoorschijn op haar lippen en knikte toen.  ‘Uiteraard wil ik dat!’ sprak ze enthousiast, waarna ze met de twee Gymleiders op weg ging naar het centrum.

Celadon City
Miki en Sishuri reden nog altijd door de straten van Celadon in de door hen gestolen truck van Rocket Inc., maar de vrouw wist niet wat ze nu moesten doen. Ze konden moeilijk de truck ergens verbergen, want hij viel ontzettend op. Eigenlijk moesten ze hem ergens neerzetten, open gooien en alle Pokémon weer vrijlaten. ‘Miki,’ begon Sishuri, waarop de vrouw uit haar gedachten ontwaakte. ‘Ja?’ vroeg ze het meisje terwijl ze het even waagde om opzij te kijken. ‘We zijn Celadon uit.’
‘Hé wat?’ Miki trapte vol op de rem en achterin hoorde ze Ryan tegen de achterwand van de vrachtwagen knallen. ‘Sorry Ryan!’ brulde Miki, waarop ze een mompelend antwoord terug kregen. ‘Wat zei hij?’ vroeg Miki, maar Sishuri haalde enkel haar schouders op. ‘Geen idee.’ De vrouw zweeg even en keek nadenkend naar Sishuri. ‘We moeten terug,’ zei ze uiteindelijk, waarop het meisje naast haar knikte. ‘Ja, dat klopt, maar dan?’ Miki glimlachte. ‘Dan laten we alle Pokémon vrij en jagen we Team Rocket de stad uit.’ Sishuri knikte. ‘Goed plan. Laten we gaan.’
‘Ryan, we gaan omdraaien hoor!’ riep Miki naar de jongen in het achterste deel van de vrachtwagen. Hopelijk had hij tijd om zich schrap te zetten, want het was ook zo lullig als de jongen straks bont en blauw weer uit de vrachtwagen tevoorschijn kwam.

Met iets minder grote vaart dan eerst, reed Miki nu terug naar Celadon, naar het centrum. Daar parkeerde ze de truck midden op het plein, waarna ze uitstapte. Leden van Team Rocket, welke eerst hadden gedacht dat de personen in de truck bij hen hoorden, stopten met naar voren rennen toen ze Miki uit zagen stappen. ‘Laat vallen die Pokéballs!’ beval Miki, wijzend naar de mannen voor haar. Deze keken haar even aan, wisselden een blik met elkaar, en haalden toen hun eigen Pokémon tevoorschijn. Miki deed hierop hetzelfde en stuurde haar grasleger naar voren. Ondertussen was Sishuri naar de achterkant van de truck gerend, waar ze de deur open had gegooid en Ryan had bevrijd. Samen met de jongen en zijn Primape, begonnen ze nu alle Pokéballs uit de vrachtwagen te gooien. De Pokémon die erin zaten kwamen in witte flitsen weer tevoorschijn en gingen snel op zoek naar hun Trainers.

Cerulean City
Kenji kon een gigantische grijns niet onderdrukken toen hij zag dat zijn tegenstanders geen Pokémon meer over hadden. Zijn blik gleed naar zijn moeder, welke hem gelukkiger aankeek dan ze in jaren had gedaan. De jongen wierp even een blik op Eren, welke naar hem knikte, waarna Kenji omhoog keek naar Gray, de gigantische Gyarados die hij van Alex had gekregen. De Pokémon was krachtig, iets wat Kenji zeker aansprak. Zo zeer zelfs, dat het hem bijna niet uitmaakte dat de Pokémon een watertype was. Zijn ogen gingen weer naar de mannen en vrouwen die nu Pokémonloos tegenover hen stonden. ‘Verdwijn uit mijn stad!’ brulde Cynthia met meer kracht en woede dan Kenji ooit had gehoord. Even keek hij opzij, naar zijn moeder, en hij voelde zowaar respect voor haar in zich op wellen. Misschien had hij haar toch onderschat. De mensen tegenover hen leken niet helemaal van plan te gaan, maar Kenji zijn geduld was op. ‘Gray,’ sprak hij, waarop de Gyarados hem met zijn woeste blik aankeek. ‘Hyper Beam.’ Het doelwit was al in de benen toen de Gyarados zijn aanval oplaadde, maar ze konden niet meer ontsnappen. De krachtige straal verliet de bek van de Waterpokémon en blies iedereen weg.

Kenji klopte de Gyarados op zijn lijf, op de plek waar hij het beste bij kon, aangezien de Pokémon gigantisch was, en richtte zich toen tot Eren en zijn moeder. ‘Goed, en nu?’ vroeg de jongen. Het was Rocket Inc. niet gelukt om Cerulean binnen te komen, laat staan te plunderen, maar wat moesten ze nu doen? ‘We moeten kijken hoe het in de andere steden eraan toe is,’ reageerde Cynthia. De vrouw draaide zich om en stond toen ineens oog in oog met Kasumi, het nichtje van Kenji en de dochter van Cynthia haar zus. ‘Kasumi!’ riep Cynthia verrast en ze pakte het meisje bij de schouders. ‘Waar kom jij opeens vandaan?’
‘Van de andere kant van Cerulean,’ verklaarde Kasumi, welke naar achteren gebaarde, naar waar je Cerulean uit kon in de richting van  Mount Moon. ‘Mensen probeerden daar de stad binnen te komen en Pokémon te stelen.’ Kenji trok zijn wenkbrauw op. ‘En hoe is dat afgelopen?’ vroeg Cynthia, waarop Kasumi glimlachte. ‘Olivia en ik hebben ze tegen gehouden,’ verklaarde de blauwharige, gebarend naar een jonge tiener met bruin haar, welke schuin achter haar stond. Kenji keek het meisje verwonderd aan. Dus Kasumi en deze Olivia hadden met z’n tweeën voorkomen dat de stad vanaf de andere kant binnengevallen zou worden? ‘Hoeveel mensen waren het?’ vroeg Kenji. Kasumi richtte haar blauwe ogen op hem, glimlachte en zei: ‘O maar een stuk of vier. We kregen ook nog hulp van Suki, maar die is nu onderweg naar Fuchsia. Ik geloof dat ze het erover had dat ze Lillian Yamaha, van de Sunset Riding School wilde helpen?’

Kenji knikte enkel. De helft van wat Kasumi hem vertelde zei hem niks, maar hij was wel onder de indruk van zijn nichtje, welke ervoor had gekozen om Coördinator te worden, in plaats van Trainster, en toch maar even haar stad had verdedigd. De jongen schudde zijn hoofd en rechtte zijn rug. Goed, genoeg respect gehad voor zijn familie, het was tijd voor actie. ‘Mam, wat gaan we doen?’ vroeg hij, waarop zijn moeder hem even aankeek. Het was lang geleden dat hij haar “mam” had genoemd en even vreesde de jongen dat ze er nu sentimenteel over zou gaan doen, maar dat deed ze gelukkig niet. ‘We moeten kijken hoe het er in de andere steden aan toe is,’ verklaarde de vrouw, waarop ze de trap naar haar Gym oprende. Kenji liet zijn Pokémon, afgezien van Céline, terugkeren en volgde zijn moeder. Kasumi, Olivia en Eren renden ook de trap op en het hele gezelschap volgde Cynthia naar een videofoon naast de balie. De vrouw toetste een nummer in en belde, zo bleek, als eerste naar de Gym in Viridian City. Mamoru Tsuda, Gymleider van het dorp, nam op. ‘Mamoru,’ reageerde Cynthia en een glimlach verscheen op haar gezicht. ‘Hoe is het daar in Viridian?’ De man glimlachte. ‘Beter, nu we de stad hebben ontruimd. Hoe is het daar?’
‘Hier is alles ook goed, we hebben de straten net schoon gemaakt.’ Mamoru knikte. ‘Mooizo, ik bel Mitsu om te kijken of daar ook alles goed gaat, bel jij de anderen?’ De vrouw knikte, zei gedag en hing weer op.

Vermillion City
Mitsu en de anderen wisten ongezien de steeg te bereiken en de vrouw drukte zich snel tegen de muur. Mark en Ryota volgden haar voorbeeld, maar de vrouw had al wel door dat haar Pokémon veel te veel opvielen. Snel liet ze iedereen, behalve Hikari, terugkeren in zijn of haar Pokéball. Haar Pikachu klom op haar schouder, net als Toby bij Mark en Kikaru bij Ryota deed. Ergens moest Mitsu er wel om lachen dat ze hier alle drie stonden, met een Pikachu op hun schouder, alsof dat de nieuwste modegrill was. Ze wist dit grappige feit gelukkig snel van zich af te zetten en zich te richten op haar “missie”: inbreken in het hoofdkwartier van Rocket Inc.. Hoewel de steeg in rennen een grote gok was geweest, had ze duidelijk goed gegokt, want er zat een deur in de muur. ‘Aha!’ riep Mitsu, wijzend naar de deur. Snel rende ze erheen, opende hem en riep: ‘Victory!’ Ryota en Mark keken haar aan alsof ze gek was, wat misschien ook wel zo was, maar ze negeerde hen. Snel ging het drietal naar binnen, waarna de deur achter hen dicht viel.

Nieuwsgierig keek Mitsu in het rond. De deur bleek hen toegang te hebben verschaft tot een kaal, stalen, trappenhuis dat flink de hoogte in ging. ‘Hoeveel verdiepingen heeft dit gebouw?’ vroeg Mark, welke tussen de trappen door naar boven staarde. ‘Iets van achtendertig geloof ik,’ reageerde Ryota, welke ook even een blik naar boven wierp en toen weer naar Mitsu keek. ‘Wil je echt achtendertig verdiepingen omhoog gaan met de trap?’ Mitsu stak haar handen in haar zij en keek de twee uitdagend aan. ‘Als het moet, dan moet het. We moeten iedere verdieping bekijken, tot we op de juiste verdieping zijn.’
‘En wanneer weten we dat we de juiste verdieping hebben gevonden?’ vroeg Mitsu haar broer met opgetrokken wenkbrauw. ‘Wanneer we een leger van werknemers tegenkomen,’ reageerde Mitsu op wijze toon. ‘Hoe belangrijker een verdieping, hoe meer bewaking.’ De twee jongens keken haar even zwijgend aan. ‘Mitsu, je hebt astma,’ herinnerde Ryota haar toen aan haar “handicap”. ‘Pfff,’ wuifde Mitsu de opmerking van de jongen weg. ‘Dat geeft niks. We doen gewoon iedere deur open, dan hoef ik me ook niet zo in te spannen.’ Het was een vreemde logica, maar voor Mitsu werkte het, dus waarom zou je er wat aan veranderen?

Gedrieën begonnen ze aan de klim in het hoge trappenhuis. Na drie deuren en minstens zes trappen, voelde Mitsu dat haar astma aan haar trok, maar ze weigerde ernaar te luisteren. ‘I’m fine,’ wimpelde ze Hikari en haar bezorgde blik af. ‘Luister even of er aan de andere kant van die deur iemand is, wil je?’ De Pikachu keek haar nog even bezorgd aan, knikte en drukte toen haar oor tegen de deur. De anderen hielden zich stil en luisterden ook, waarna de Pikachu haar hoofd schudde; de gang was leeg. Voorzichtig opende Mark de deur en gluurde de gang op. ‘Zie jij iemand Toby?’ vroeg de jongen, waarop zijn Pikachu zijn kop schudde. ‘Hier is niemand,’ verklaarde de jongen aan de mensen die nog op de gang stonden. ‘Wil je deze gang bekijken of niet?’ De vrouw dacht even na en knikte toen. ‘Prima, hoe eerder we iets doorzoeken, hoe sneller we erachter komen of we op de goede verdieping zijn.’ Mark knikt en ging voorop, gevolgd door Mitsu en Ryota. De vrouw keek nieuwsgierig in het rond. Ze stonden in een saaie, grijze gang, zonder enige vorm van versiering.  ‘Nou, een schilderij aan de muur zou hier ook niet misstaan,’ reageerde de vrouw, welke haar handen in haar zij stook. Ryota knikte. ‘Ja, of een vaas met bloemen.’ Mitsu keek haar broer verward aan. ‘Wat?’
‘Je weet wel, een vaas. Met van die bloemen. Op een tafeltje.’ Langzaam stierf Ryota zijn stem weg. ‘Waarom kijk je me zo raar aan?’ vroeg hij vervolgens verontwaardigd aan zijn zus. ‘Omdat je raar bent,’ antwoordde deze, waarop de man riep: ‘Jij bent raar!’
‘Ja ga vooral schreeuwen,’ reageerde Mark sarcastisch, ‘Dan vinden ze ons zeker.’


Eindelijk maar toch leek de boot te zijn gestopt, maar toen begon de vrachtwagen weer te rijden. ‘Zijn we aan land?’ vroeg Mtisuko, net op het moment dat de vrachtwagen op en neer stuiterde en toen gestaag door reed. ‘Zo te voelen wel,’ reageerde Sora, welke even over haar kont wreef. De vrachtwagen reed een kort stukje over een licht hobbelige weg en stopte toen. ‘Waar zijn we?’ vroeg Sora. Ze baalde ervan dat er geen ramen in de truck zaten. Aan de andere kant was het maar goed ook, want anders konden de mensen ook zien dat er in de truck niet alleen Pokéballs lagen. De twee meisjes hielden zich heel stil en luisterden. De deuren van de truck gingen open en werden toen weer dicht geslagen. Voetstappen waren vaag hoorbaar, net als stemmen; de mensen waren aan het bewegen. Sora haar hart klopte in haar keel. Kwamen ze naar de achterkant van de truck? Ademloos luisterden de twee meiden naar de voetstappen, welke langs de truck bewogen, naar achteren. Sora haar ogen waren op de deur gericht, haar hele lichaam was stijf van angst. Wat moesten ze doen?

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | di nov 26, 2013 10:34 pm

The Rocket Island
‘Wat moeten we doen?’ piepte Mitsuko zachtjes. Ze zat naast Sora en trilde voelbaar. ‘Ik weet het niet,’ fluisterde Sora in paniek terug. De stemmen waren nu bij de achterdeur van de truck. Het geluid van het slot dat werd geopend galmde door de truck. Langzaam gleed de deur open, toen opeens.. ‘Wacht!’ Een stem galmde om de truck heen en gleed door het kiertje naar binnen. ‘Iedereen moet zich melden in de vergaderruimte,’ sprak de stem die zojuist ook had gesproken. Er werden vragen gesteld, er werd gemopperd, en tot Sora haar grote opluchting, werd de deur weer gesloten. Sora wachtte echter met opgelucht adem halen toen de voetstappen van de mensen helemaal waren verdwenen. ‘Pfoe! Dat was geluk hebben,’ reageerde de groenharige opgelucht. Mitsuko knikte. ‘Inderdaad. Kom, wegwezen hier, voor ze terug komen.’ Sora was nu degene die knikte en kroop naar voren, naar de deur. Voor ze de deur echter open deden, schoof ze samen met Sun en Mitsuko alle Pokéballs bij de deur vandaan, om te voorkomen dat ze zomaar naar buiten zouden rollen. Zo stilletjes mogelijk opende Sora de deur. Deze piepte onheilspellend in de stilte en Sora kneep haar ogen even dicht terwijl het geluid door de ruimte werd weerkaatst.

Beide meisjes luisterden gespannen toe of ze voetstappen en stemmen hoorden naderen, maar het bleef stil. Sora keek voorzichtig om de hoek van de deur naar buiten. Ze zag niemand. ‘Snel,’ wenkte Sora Mitsuko en Sun, waarna ze stilletjes uit de truck klom. Haar Raichu en het andere groenharige meisje volgden stilletjes haar voorbeeld, en zodra ze uit de vrachtwagen waren, sloot Sora zo stilletjes mogelijk de deur. Vervolgens keek ze in het rond. ‘En nu?’ vroeg ze. Paniek begon weer in haar naar boven te komen. ‘Achter die kratten,’ fluisterde Mitsuko, wijzend naar een paar houten kisten, iets verderop. Snel sloop het drietal naar de kisten, waar ze zich achter verstopten. Met haar rug tegen de krat gedrukt zat Sora op haar hurken, haar oren gespitst om zelfs het kleinste geluid op te kunnen vangen. Nu ze buiten de vrachtwagen waren, waren de stemmen van andere mensen ook duidelijker te horen. Langzaam draaide Sora zich om en gluurde voorzichtig, samen met Sun en Mitsuko, over de rand van de houten kist heen.

Ze bevonden zich in een grote, ruime loods. Naast de vrachtwagen waar Sora en Mitsuko in hadden gezeten, stonden er nog een paar, maar lang niet zoveel als de werknemers van Rocket Inc., zo bleek, hadden verwacht. Sora gluurde wat opzij en kon nog net de man zien die voor een klein groepje mensen stond te praten. Hij zag er belangrijk uit, met zijn vrij nette kleren en zwarte haar. Het was echter ook wel duidelijk dat deze man niet voor de poes was, dat was aan zijn woorden wel te horen. Naast hem, op de treden van de trap waar hij op stond, stond een Raichu met een uiterst onvriendelijke blik in haar ogen. ‘Wie is dat?’ fluisterde Sora, maar het meisje naast haar haalde enkel haar schouders op. ‘Geen idee, ik heb hem nog nooit gezien, jij?’ Sora schudde haar hoofd. ‘Nope, maar als ik het zo hoor is hij aardig belangrijk. Denk je dat hij de baas is?’ Mitsuko schudde twijfelend haar hoofd. ‘Nee, dat denk ik niet. Iets aan hem lijkt me niet passend voor een baas van een gigantische organisatie.’ Sora keek nadenkend naar de man. Zoals hij daar stond, zelfgenoegzaam en duidelijk genietend van zijn positie, zou je toch denken dat hij een hoge rang had, maar de baas? ‘Nee, je hebt gelijk. De baas staat er meestal niet zo bij.’ Niet dat zij daar nou zeeën verstand van had, maar goed.

‘Is dit alles?’ De stem van de man op de trap kwam hard en kil op hen af galmen via de metalen muren en het dak. ‘Waar zijn alle andere vrachtwagens?’ Sommige mensen in de groep schoven ongemakkelijk met hun voeten of wisselden blikken met elkaar uit, maar niemand gaf antwoord. ‘Tss, zwakkelingen,’ sprak de man op neerbuigende toon. ‘Ga me nou niet vertellen dat jullie je hebben laten overmeesteren door de mensen in de dorpen en steden.’ Een hand ging haperend omhoog, waarop de man een kille blik op de eigenaar wierp. ‘Wij hebben ons ook niet laten overmeesteren, anders waren we hier niet.’ De ogen van de man versmalden zich tot spleetjes. ‘Jij bent wel een bijdehandje of niet,’ siste de man. ‘Ik hou niet zo van bijdehandjes. Raichu!’ De elektrische Pokémon naast de man kreeg een duivelse grijns op haar snoet, waarna ze naar voren stapte en de man een fikse elektrische schok toediende. De man leek te ontploffen, rook steeg op en hij bleef aardig gehavend achter. Bewusteloos stortte de man in elkaar, waarna de eigenaar van de Raichu de groep rond keek. ‘Verder iemand nog iemand die een bijdehandje wil zijn?’ Niemand zei nog iets.

Cerulean City
Zodra Cynthia had opgehangen draaide ze het volgende nummer. Brock was de volgende op haar lijst, gevolgd door Miki Hoshi, Kean en Kane Hayashi, en Aiden Conwell. ‘Hier hebben we alles net onder controle, dankzij Lillian en haar kudde Pokémon,’ vertelde Aiden. Hij zag er wat gehaast uit en had en schram op zijn wang. ‘Hoe is het in de andere steden?’
‘Alles is daar onder controle,’ verklaarde de vrouw, ‘Ik moet alleen Brendon nog bellen, en dan heb ik iedereen gehad.’ Aiden knikte, wenst haar veel succes en hing weer op. ‘Hoe lang duurt het nog?’ De ongeduld droop van Kenji zijn stem af. ‘Nog één telefoontje, dan ben ik klaar,’ verklaarde de vrouw. ‘Hou jij de boel nou maar in de gaten.’ De jongen rolde even met haar ogen en liep toen, samen met Kasumi en Olivia, naar buiten. Eren bleef bij haar staan en zag er nog altijd gespannen uit. Cynthia haalde diep adem en draaide het laatste nummer van haar lijst; het nummer van Brendon Mayon. De telefoon ging één, twee, drie, vier keer over voor er een keer werd opgenomen. ‘Wat!’ Een gehaast uitziende Brendon nam de telefoon op. Zijn gezicht was knalrood en hij zag eruit alsof hij hard bezig was geweest. ‘Brendon, met Cynthia, hoe is de situatie daar op Cinnabar?’
‘Cynthia?’ De man leek even in de war. ‘Hier gaat het niet zo goed. Team Rocket probeert het eiland te bestormen en we doen er alles aan om te voorkomen dat ze aan land komen. We zijn alleen aardig in de minderheid. Een beetje hulp zou leuk zijn.’ De blauwharige vrouw knikte. ‘We komen eraan. Mét leger.’

Het duurde al met al een minuutje of tien om alle Gymleiders opnieuw te bereiken en hen te mobiliseren. Vervolgens rende Cynthia, met Alex, Eren en Kasai op haar hielen, naar buiten, de straten van Cerulean op. Ze rende naar het plein, waar ze op de rand van een grote fontein klom en begon te schreeuwen. ‘Oké mensen, listen up! Cinnabar wordt aangevallen door Rocket Inc. dus we zijn mensen nodig, mét Pokémon, die kunnen en willen vechten! Ik wil echter ook dat er mensen hier blijven om de stad te bewaken.’ Ze keek even in het rond. ‘Dus, iedereen die mee wil naar Cinnabar, moet nú naar voren komen.’ De eerste die naar voren stapte, was uiteraard Kenji, op de voet gevolgd door Kasumi en Olivia. Ook Eren schaarde zich aan haar zijde. Naast Haar familie, en aanhang daarvan, voegde ook Mikan Hachi zich bij de groep, samen met nog eens drie Trainers en Coördinatoren die de vrouw wel kende van gezicht, maar niet van naam. ‘Goed! De rest blijft hier en beschermt de stad. Ik reken op jullie!’ Dit laatste klonk heel streng, maar toch lag er een glimlach op haar lippen. Ze had alle vertrouwen in haar stadsgenoten.

Kenji zijn ogen waren gericht op de horizon. De zon begon al te dalen en het was moeilijk te geloven dat hij vanmorgen nog ik de Pokémon Tower in Lavander had gestaan om wat te trainen, vervolgens was aangevallen, te horen had gekregen dat zijn moeder was ontvoerd, Eren had gebeld, had gevochten op straat en samen met zijn moeder had gestreden in Cerulean. De jongen fronste zijn voorhoofd. Was er werkelijk nog niet eens een hele dag voorbij gegaan? Jemig. Hoe laat was het nu eigenlijk? Acht uur? Negen? Tien? Hij wist het niet, maar ergens had hij het gevoel dat het er ook niet toe deed. Nu was het tijd om naar Cinnabar te gaan, om daar Brendon, en uiteraard ook Karin, te helpen met het verdedigen van het eiland. Ergens zou je toch denken dat een eiland een stuk gemakkelijker te beschermen is dan een stad op het vasteland, maar een eiland kun je uit bijna iedere hoek betreden en steden worden meestal vanaf verschillende kanten beschermd door bergen, bossen of iets anders natuurlijk (of minder natuurlijks).

Zijn blik gleed opzij, naar Olivia, welke naast hem vloog op, eveneens, een Fearow. Onder hen reed de auto van zijn moeder, met daarin zijzelf, Kasumi, Eren en Mikan.
Het was zoveel handiger geweest als iedereen een vliegende Pokémon had, dacht Kenji even geërgerd. Alaas, daar was nu niks meer aan te doen, maar op een dag zou hij ervoor pleiten dat iedereen minstens één vliegende Pokémon had, zodat reizen zo veel gemakkelijker en sneller ging, vooral in dit soort dringende situaties. Als je vloog kon je overal overheen, of het nou een boom, een gebouw of een berg was, maar met een auto moest je er tussendoor, omheen of doorheen en tja, dat schoot niet altijd op. Gelukkig was de reis naar Vermillion niet al te lang. Wat hen daar te wachten stond, was echter voor Kenji nog de grote vraag. Hij wist helemaal niet hoe de situatie in Vermillion ervoor stond. Cynthia had aangegeven dat ze Mitsu niet te pakken had weten te krijgen, maar wel iemand anders. Waar Mitsu uithing was dus nog een raadsel. Een raadsel dat hopelijk gauw opgelost ging worden.

Vermillion City
Stilletjes slopen Mitsu en haar “partners in crime” door de doodstille gang. Nergens was er een teken van leven te zien. Niet op de gang zelf en ook niet vanachter de deuren die op de gang uitkwamen. ‘Alsof iedereen er vandoor is gegaan,’ mompelde Mark. Mitsu knikte. ‘Zijn ze echt allemaal door heel Kanto gaan reizen, in de veronderstelling dat niemand hier naar binnen zou gaan?’ Ryota schudde zijn hoofd. ‘Vast niet, anders stonden ze buiten niet zo fel te vechten voor de deur.’ Ja, daar had hij weer gelijk in. Plotseling klonk het geluid van een mobiele telefoon door de gang. Mitsu draaide zich met een ruk om en keek naar haar twee metgezellen. ‘Wie van jullie domoren heeft vergeten zijn- O, ik ben het.’ De vrouw lachte schaapachtig en haalde de trillende telefoon uit haar broekzak. ‘Ja hallo? Met inbreker-Mitsu,’
‘Wat?’ De vrouw aan de andere kant van de lijn klonk wat verward. ‘Laat maar zitten, wat is er?’
‘O nou, Cynthia belde net, je weet wel, de Gymleidster uit Cerulean City,’ Even rolde Mitsu met haar ogen. Goh, zou ze dat nou, na al die jaren, nou nog niet weten? Pfff, nieuwe medewerkers, hopeloos! ‘En ze zei dat ze onderweg is naar Vermillion, omdat er op Cinnabar hulp nodig is.’ Mitsu rolde even met haar ogen en zuchtte toen. ‘Oké, en hoe lang duurt het voor ze hier zijn?’
‘Dat weet ik niet, ze belde een half uur geleden en-‘
‘Een half uur geleden? En dan bel je me nu pas?’ siste Mitsu geërgerd in de telefoon. ‘Dan zijn ze dus al lang en breed hier!’ De vrouw aan de andere kant deed hakkelend een poging om haar excuses aan te bieden, maar Mitsu kapte het af. ‘Laat maar, het is al goed, je hebt me gebeld. Zorg er nou maar voor dat niemand de Gym binnen dringt, dan is alles goed.’

Snel hing ze op, waarna ze zich tot Ryota en Mark wende. ‘Versterking is onderweg. Tijd om ons een weg naar de voordeur te banen via de binnenkant.’ Mark keek haar even met opgetrokken wenkbrauw aan. ‘Als dat al vanaf het begin je plan was, waarom zijn we dan nu op de vierde verdieping?’ Mitsu opende haar mond om antwoord te geven, kon niks verzinnen en sloot haar mond toen weer. ‘Omdat ik dit nu pas bedenk. Kom op, op naar beneden!’ Door al het lawaai dat ze hadden gemaakt, beginnend al met het schreeuwen tussen broer en zus, waren er een paar mensen naar boven gekomen. ‘Hikari, Volt Tackle!’ riep Mitsu zodra de eerste mensen op de gang verschenen. Ergens begreep ze niet dat deze mensen geen Pokémon paraat hadden, maar misschien waren deze mensen wel niet belangrijk genoeg om in het bezit te zijn van Pokémon. Ze bleek er al gauw naast te zitten toen er een zwerm Golbat in de gang verscheen.

‘Really?’ reageerde Mitsu schamper terwijl ze zich, met Mark en Ryota aan haar zijden, opstelde in de gang, hun drie Pikachu voor hen op de grond. ‘Like, jullie vechten tegen drie elektrische Pokémon en dan komen jullie met vliegende Pokémon? Hoe dom kun je zijn?’ De mannen aan de andere kant van de gang wierpen haar een woedende blik toe en vielen massaal aan met hun Golbat. Helaas was voor hen een driedubbele Thunderbolt te veel en massaal stortten de Vleermuispokémon ter aarde, nog voor ze over de helft van de gang waren. ‘Prutsers!’ klonk opeens een vrouwelijke stem hard door de gang. ‘Aan de kant, dan laat ik jullie zien hoe het wél moet!’ Mitsu trok haar wenkbrauw op toen een in donkere kleren gehulde vrouw zich een weg naar voren baande door de massa die de weg versperde. Ze had zwarte haren, ogen die absoluut niet vriendelijk naar de wereld keken, en aan haar zijde bevonden zich een Jolteon en een Magneton. Mitsu grijnsde breed. ‘Dus je denkt van mij te kunnen winnen met elektrische Pokémon?’ vroeg ze, waarop ze even spottend lachte. ‘Ik ben de meester van elektrische Pokémon!’ De vrouw tegenover haar trok een wenkbrauw op. ‘O werkelijk? Nou, laat maar eens zien dan.’ MItsu balde haar vuist, waarna ze een Pokéball van haar riem greep en hem naar voren gooide. ‘Taka!’ riep ze, wat haar een veelbetekenende blik van Hikari opleverde. Ja, haar Jolteon was niet altijd de best luisterende Pokémon, maar ze waagde het er maar op.

Fuchsia City
‘Fluttershy, jij gaat met de kleine kinderen mee, Suki, helpt haar alsjeblieft. Lillian-‘ Zoekend keek Aiden in het rond. Waar hing Lillian nou weer uit? Die vrouw leek steeds weer te verdwijnen. ‘Ik ben hier,’ hoorde hij een stem achter zich, waarop hij zich snel omdraaide. Lillian Yamaha stond achter hem, nog altijd op de rug van haar Rapidash zittend. ‘Ah, Lillian, zou jij iedereen op kunnen vangen op jouw manege? Ik kreeg net een dringend telefoontje van Cynthia dat ze op Cinnabar hulp nodig hebben.’ De ogen van de blonde vrouw werden groot. ‘Vergeet het maar Aiden. Als er op Cinnabar hulp nodig is, dan ga ik mee.’
‘Nee Lillian, ik ben-‘
‘Cinnabar is my hometown!’ brulde Lillian. ‘Denk maar niet dat ik ze daar zomaar heen laat marcheren!’
‘Lillian alsjeblieft, kalmeer toch een beetje! Je overdrijft ontzettend en-‘
‘Ik overdrijf!?’ riep de vrouw nu, woede schoot door haar ogen. ‘Vind je dat ik overdrijf?’ Haar stem sloeg over en Aiden kreeg een gepijnigde blik op zijn ogen. Ja hij vond dat Lillian overdreef, maar hoe kreeg hij de vrouw zover dat ze zou kalmeren? In deze mentale staat kon ze gewoon niet mee naar Cinnabar, dat was gewoon niet veilig, voor zowel Lillian als haar omgeving. ‘Lillian alsjeblieft. Ik ben hier iemand nodig die de boel in de gaten houdt en de mensen opvangt terwijl ik weg ben. Jij bent de enige die dit aankan op dit moment.’ De vrouw snoof luid. ‘Prima, maar zodra iedereen is opgevangen en alles, kom ik naar Cinnabar.’ De man zuchtte, maar legde zich erbij neer, dat dit waarschijnlijk het dichtst bij een goede compromis was. ‘Goed, als iedereen is opgevangen en gekalmeerd, mag je naar Cinnabar komen, maar alleen dán,’ benadrukte hij, waarop de vrouw kort knikte. ‘Prima.’ Vervolgens draaide ze zich om en reed langzaam in de richting van de manege, terwijl ze tegen iedereen riep dat ze zich bij haar op de manege moesten verzamelen, want het Pokémoncenter zat al vol.


Sora en Mitsuko bevonden zich nog altijd achter de houten kratten toen de groep mensen in beweging kwam. ‘Wat moeten we doen?’ vroeg Sora voor de zoveelste keer die dag, maar Mitsuko gaf geen antwoord. ‘We moeten ze tegen houden, voor ze ik weet niet wat gaan doen met die Pokémon.’ Nog voor beide meisjes echter in actie konden komen, gleden de deuren van de loods open en reed er een vrachtwagen naar binnen. De groep mensen hield halt en staarde naar de naderende truck. De man die zojuist een speech had gehouden, stapte door de groep naar voren en staarde naar de truck. Wat is dit? Ik dacht dat alle volle trucks al binnen waren? De truck, die zo even rustig had gereden, stoof nu opeens vol gas naar voren. Toen het de groep mensen op een paar meter was genaderd, gaf de bestuurder een ruk aan het stuur, waardoor de truck opzij draaide en met zijn zijkant naar de groep kwam te staan. De achterkant van de truck vloog open en een aantal Trainers en Coördinatoren sprongen uit de vrachtwagen. Sora keek met open mond naar het tafereel; onder de zojuist gearriveerde mensen waren een aantal bekenden, waaronder Viridi Green, Ryan Haynes en Sishuri Kaimia.

‘Wat heeft dit te betekenen?’ blafte de man vooraan de groep. Zijn Raichu liet waarschuwende vonken van haar wangen spatten. ‘We komen jullie plannetje dwarsbomen!’ riep een bekende stem en Sora haar mond zakte nog verder open toen ze Miki Hoshii vanaf de andere kant van de truck tevoorschijn zag komen. ‘Há! Jullie en welk leger?’ reageerde de man spottend, waarop Sora vanachter de houten kratten tevoorschijn kwam en zich bij de rest voegde. ‘Dit leger!’ riep ze uitdagend terug terwijl Sun voor haar ging staan. De man stootte een spottende lach uit en keek en toen duister aan. ‘Wat schattig dat jullie echt denken dat jullie een kans maken tegen ons, Team Rocket.’
‘Nou op dit moment hoor ik vooral een hoop woorden en gebakken lucht!’ Viridi, welke haar Venasaur en Beedrill tevoorschijn haalde. ‘En praatjes vullen geen gaatjes, dus laat maar eens zien wat je kan!’ Sora keek het meisje ongelovig aan. Voor een Coördinator had Viridi altijd al een ontzettend grote mond en vechtlust gehad, iets wat Sora zelfs nu, na vijf jaar, nog altijd verbaasde. De man tegenover haar had nu een gigantische glimlach op zijn lippen. ‘Very well, have it your way.’ In een flits verschenen er nog een Arcanine en een Pidgeot aan zijn zijde, waarop alle mensen achter hem ook Pokémon tevoorschijn haalden. ‘Summer, Winter, I choose you!’ riep Sora terwijl ze de Pokéballs van haar Venomoth en Rapidash in de lucht gooide. Ook Ryan, Miki en Sishuri haalden hun Pokémon tevoorschijn. Nu stonden er twee gigantische groepen Pokémon tegenover elkaar. Welke zou de strijd winnen en als laatste overeind blijven staan?

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | wo nov 27, 2013 6:25 pm

March to Cinnabar Island
Vermillion City
Mitsu
Mitsu haar ogen vernauwden zich tot spleetjes terwijl ze naar haar tegenstandster keek. ‘Back off boys, she’s mine,’ zei ze op scherpe toon tegen Mark en Ryota, welke haar beide een zijdelingse blik toewierpen. ‘Wij gaan proberen een andere weg naar beneden te vinden,’ reageerde Mark, waarop hij en Ryota verdwenen. De vrouw tegenover haar in de gang stootte een harde lach uit. ‘Hahaha, denken jullie nou echt dat jullie een kans maken? Wat schattig! Jullie zullen niet winnen, Team Rocket is veel te sterk voor jullie.’
‘O, is dat zo?’ reageerde Mitsu op sceptische toon, ‘En hoe komt het dan dat in alle steden de leden van Team Rocket al verslagen zijn?’ De grote glimlach op het gezicht van de donkerharige vrouw verdween half. ‘Je liegt,’ siste ze. ‘We zijn onoverwinnelijk!’ Zo hé, idealistisch typetje, dacht Mitsu verbaasd, maar ze schoof dit snel opzij. ‘Nou laat maar eens zien dan!’ De vrouw aan de andere kant van de gang grijnsde weer en wees toen naar voren. ‘Ga, Jolteon, Magneton!’ riep ze, waarop haar Pokémon naar voren stoven. ‘Thunder Fang! Metal Sound!’
‘Taka, ontwijk en toe Iron Tail! Hikari, bedek je oren!’ Beide Pokémon kwamen (gelukkig) meteen in actie. Taka sprong op, waardoor de Jolteon van haar tegenstander net mistte, en plantte toen een fikse Iron Tail op diens hoofd. Hikari vouwde haar oren langs haar gezicht om ervoor te zorgen dat Metal Sound geen effect had, maar toch deed het haar zeer, dat kon Mitsu zien. ‘Snel Hikari, Agility en dan Volt Tackle!’

Hikari flitste door de gang en raakte de Magneton volop. Helaas was deze Pokémon deels Staal, waardoor de klap niet zo veel effect had als gehoopt. ‘Hikari, Nuzzle!’ beval de vrouw, waarop de Pikachu haar wangetjes tegen de Magneton begon te wrijven. Door de wrijving kwam er ontzettend veel elektriciteit vrij. Vonken spatten in het rond en Magneton begon steeds meer en meer te gloeien. ‘Hikari, laat los!’ riep Mitsu, net op het moment dat Magneton bijna het hoogtepunt had bereikt; overbelast met elektriciteit. Nog voor zijn trainster het door had of er iets aan kon doen, ontplofte de Magneton. Door de klap vloog er rook en stof in het rond en Mitsu hoorde zelfs een paar ramen knappen. Hmmm, ze vermoedde dat, als ze nog geen aandacht had getrokken in het gebouw, dat nu wel was gelukt.

Cynthia
Cynthia stuurde haar auto door de straten van Vermillion, en volgde Kenji en Olivia, welke in de lucht boven haar vlogen. ‘Hopelijk zijn we niet te laat,’ hoorde ze Kasumi vanaf de achterbank zeggen. Cynthia wierp een blik in haar achteruitkijkspiegel, via waar ze Kasumi kon zien. ‘Maak je geen zorgen meid,’ sprak ze tegen het bezorgd kijkende meisje, ‘Brendon is niet voor één gat te vangen.’ Het meisje glimlachte zwakjes. ‘Ja, dat is waar.’ Cynthia richtte haar ogen weer op de weg, net op tijd om te zien hoe bij het gigantische gebouw van Rocket Inc. een paar ramen van de vierde verdieping werden geblazen. ‘Wat gebeurt hier in hemelsnaam?’ reageerde Cynthia terwijl ze vol op de rem trapte en uit de auto sprong. De anderen volgden haar voorbeeld en iedereen rende naar voren, naar het gebouw van Rocket Inc.. Op straat stonden werknemers van het bedrijf nog altijd te vechten, duidelijk bezig om het gebouw te beschermen. ‘Nu we hier toch zijn, kunnen we net zo goed een handje helpen, vind je niet?’ reageerde Cynthia, waarop haar metgezellen knikten en zich in de strijd mengden.


Een explosie van geluid en aanvallen vulde de loods van Rocket Inc. toen tientallen Trainers en Coördinatoren bevelen riepen en tientallen Pokémon hier gehoor aan gaven. Sora wist zeker dat Sun zowel mede- als tegenstanders raakte in de chaos van het gevecht, maar hé, wat verwachtte je dan? In zo’n grote strijd ging niks volgens het boekje. Summer en Winter gingen, samen met Sun, de strijd aan met verschillende Pokémon van Rocket Inc. en Miki nam het op tegen de man die hier de leiding leek te hebben. Pokémon en mens vochten hard en Sora wist eigenlijk niet goed waar ze moest kijken. Met drie van je eigen Pokémon in de aanval moest je drie verschillende opdrachten roepen, drie verschillende Pokémon in de gaten houden en was je eigenlijk gewoon twee paar extra ogen nodig. Dubbel, en in dit geval triple, gevechten waren nooit echt haar ding geweest. Wacht, dat was het! Ze moest het zien als een dubbelgevecht, alleen dan met drie Pokémon! ‘Combinaties,’ mompelde het meisje tegen zichzelf, waarna ze zich op haar Pokémon focuste. ‘Oké jongens, we doen het anders! ‘ riep ze hen toe. ‘Probeer zoveel mogelijk jullie aanvallen te combineren!’ Voor Venomoth en Rapidash zou dat misschien wat lastig worden, maar waar een wil was, daar was ook een weg.

Cinnabar Island
Karin had nog nooit zoveel druk en spanning gevoeld in haar hele leven als Trainster. Op het eiland heerste totale chaos; iedereen was in rep en roer. Haar vader had iedereen die kon vechten opgeroepen zich langs de kust van Cinnabar Island te stationeren, omdat ze van alle kanten aangevallen konden worden. Karin en Arash waren op dit moment nog op de fokkerij van haar ouders, maar ook zij zouden zich straks naar de kustlijn begeven om het eiland te beschermen. ‘Ben je zover Karin?’ Haar vader kwam de trap van de veranda afhinken en kwam bij haar staan. Ze knikte. ‘Jep. Wie belde er trouwens?’
‘Cynhtia,’ antwoordde de man en Karin voelde een sprankje hoop. ‘Ze verteld dat alle steden en dorpen veilig zijn gesteld, dus ze komen hierheen om ons te helpen.’ Karin glimlachte, maar haar blik bleef toch ernstig. ‘Mooi, we kunnen wel wat hulp gebruiken.’

Vermillion City
Mitsu
‘Wel alle!’ hoorde Mitsu haar tegenstandster roepen, net nadat haar Magneton was ontploft. Mitsu grijnsde. ‘Ik zei toch dat ik de meester van Elektrische Pokémon was,’ riep ze door de gang. ‘Taka, Hikari, kom op!’ Ze wenkte haar Pokémon en draaide zich om, terug naar het trappenhuis waar ze vandaan was gekomen. Zich terugtrekken was niet echt iets wat ze normaal gesproken deed, maar Mitsu was van mening dat ze gebruik moest maken van de rook in de gang nu het nog kon. Taka rende voor haar uit en stoof door de deur. Hikari was onderweg op haar schouder gesprongen. Snel daalden ze twee trappen af, maar toen voelde Mitsu haar astma alweer opkomen. ‘Jongens, deze kant op,’ sprak ze tegen haar Pokémon, wijzend naar een deur. Taka opende de deur met behulp van zijn voorpoten snel schoten ze naar binnen. De deur sloten ze zorgvuldig, waarna Mitsu weer om haar heen keek. De gang waar ze nu in stond, was bijna identiek aan die een verdieping hoger. ‘Dit is echt het meest saaie kantoor dat ik ooit heb gezien,’ reageerde Mitsu, waarna ze in beweging kwam; Taka had een andere weg naar beneden gevonden.

Cynthia
Cynthia voerde haar Waterpokémon door de strijd, samen met Olivia en Kasumi. Eren en Kenji waren ondertussen op zoek naar een mogelijkheid om de voordeur te bereiken, maar voor ze goed en wel een plan hadden bedacht, vlogen de deuren open en rende een stroom van mensen naar buiten. Cynthia keek verbaasd naar de voordeur en zag toen Ryota Hotaka en Mark Evans in de deuropening staan, vergezeld door hun Pokémon. Mitsu, de zus van Ryota verscheen ook al gauw in beeld. Cynthia grijnsde. ‘Dat duurde lang!’ riep ze naar Mitsu, welke haar tong uit stak. ‘Ja weetje, we hadden wat kleine hobbeltjes in de weg en-‘ Een knal, waarop Mitsu, Ryota en Mark zich omdraaiden. Wat er precies aan de hand was, wist Cynthia niet, het bevond zich te ver achterin de hal voor haar om het te kunnen zien.

Mitsu
Met een ruk draaide Mitsu zich om en keek naar de lift die zojuist open was gesprongen. De zwartharige griet die ze op de vierde verdieping tegen was gekomen, stond nu voor haar neus. ‘Jij weer?’ reageerde ze fel. ‘Heb je niks beters te doen?’ De vrouw had nu alleen nog haar Jolteon bij haar en Mitsu was van plan om Taka naar voren te sturen, maar toen verscheen er opeens een man naast haar. Verbaasd keek de vrouw opzij, naar de grote verschijning van- ‘Eren?’ De zwartharige vrouw bij de lift was sneller van begrip dat Mitsu zelf. De vrouw keek verbaasd naar de man die al een aantal jaren bij de Gymleiders bekend stond als “het vriendje van Cynthia”. Wat deed hij hier? En waarom kende deze vrouw van Rocket Inc. hem? Goed, wat Eren hier deed was makkelijk te verklaren, aangezien Cynthia hier ook was, maar die laatste vraag zou ze maar wat graag beantwoord zien.

Eren
Eren stoof naar voren zodra hij Aisha herkend had. ‘Aan de kant Mitsu, dit gevecht is voor mij,’ sprak hij op harde toon tegen de Gymleidster van Vermillion. De vrouw zou haarzelf niet zijn als ze hier niet tegenin zou gaan, maar Eren wierp haar een strakke blik toe. ‘Ik ken haar, weet hoe ze vecht, en weet dus ook haar zwakke punten. Ga met Cynthia naar Cinnabar en laat dit aan mij over. Vertrouw me.’ Hij kon zien dat de vrouw aarzelde, maar toen knikte ze, waarna ze zich omdraaide weg rende. Eren richtte zijn ogen op zijn voormalige collega. De vrouw had een grote grijns op haar lippen liggen. ‘Zo, Eren. Jij verrader. Ben je terug gekomen om je toch weer bij ons aan te sluiten?’
‘Doe niet zo dom Aisha,’ blafte Eren, waarna hij naar Kasai keek en knikte. ‘Flamethrower!’ De Flareon sprong gretig naar voren, opende zijn bek en liet een krachtige straal vuur ontsnappen. Jolteon sprong opzij en liet zijn elektriciteit los, welke Kasai op zijn beurt weer ontweek. Dit ging een interessant gevecht worden, maar Eren wist wel dat hij zou gaan winnen.

Cynthia
Gespannen keek de vrouw toe hoe Eren naar voren sprong en de strijd van Mitsu over nam. Het duurde even voor de bruinharige vrouw bij Cynthia aankwam, maar toen ze er eenmaal was, barste Cynthia meteen los. ‘Mitsu! Er is geen tijd voor vragen, we moeten zo snel mogelijk naar Cinnabar.’ De vrouw, welke net iets had willen zeggen of vragen, sloot haar mond en knikte. Ze draaide zich om, naar haar omgeving. ‘Mark! Ryota! Jullie gaan met mij mee!. Shiyo!’ De laatste naam brulde ze harder, waarop een bruinharig meisje uit de strijd naar voren kwam rennen, mét Sylvia Evans, het zusje van Mark. ‘Jullie gaan ook mee,’ sprak de vrouw resoluut tegen de twee dames, waarna ze zich tot Cynthia wende. ‘Nou, wat doen we hier nog? Laten we gaan!’ Cynthia knikte, wenkte Kasumi, Olivia, Kenji en Mikan en gezamenlijk zetten ze koers naar de haven. Cynthia hoopte van harte dat er een boot, hoe groot of klein ook, nog in de haven lag en dat Team Rocket die niet allemaal mee had genomen. Zij mocht dan wel in het bezit zijn van allemaal Waterpokémon, maar dat gold niet voor iedereen. Ach, dat waren problemen voor later.

De hele stoet bereikte de haven, bijna gelijktijdig met de stoet mensen uit Lavander en Saffron. De mensen uit Pewter en Viridian waren naar de haven van Pallet gegaan, om vanuit daar het eiland te bereiken, en de mensen van Fuchsia zouden via de Seafoam Islands reizen. Zo benaderden ze het eiland van drie verschillende kanten. Mitsu had, wonder boven wonder, een eigen jacht in de haven liggen en stuurde iedereen die geen Waterpokémon had om zelf mee te surfen aan boord. Cynthia liet haar hele legen aan Waterpokémon los in de haven en sprong op de rug van Denise. Kasumi liet Shui in het water verschijnen en ging op de rug van de Wartortle liggen. Even voelde Cynthia trots in haar opwellen, daar zij het meisje had geleerd op haar Pokémon te balanceren en mee te gaan in zijn bewegingen. Olivia liet haar Blastoise te waren en klom op zijn rug. Chiaki en haar Seel lagen ook al in het water, naast Shiyo en Sylvia, op de rug van Shiyo’s Lapras. Ook Alexis en haar Starmie lagen in het water. Voor de rest stond iedereen op het dek van Mitsu haar boot. Cynthia liet haar ogen over de menigte gaan en vond toen Kenji, nog altijd op de kade. ‘Kenji,’ begon de vrouw, maar de jongen schudde zijn hoofd, gooide een Pokéball op en in een flits verscheen Gray in het water. Cynthia keek met tranen in haar ogen van trots toe, hoe haar zoon op de Gyarados zijn hoofd stapte en riep: ‘Time for a battle!’

De boot liet eerst alle zwemmende Pokémon voor gaan, voordat deze zelf vertrok. Cynthia voer voorop, met haar leger aan Waterpokémon naast haar. Kenji voer gelijk op met haar en had die strakke blik in zijn ogen die ze maar bij twee andere personen had gezien, namelijk bij Eren, en Boy, Kenji’s vader. De blik had haar altijd zorgen gebaard, maar op dit moment, straalde het een vastberadenheid uit die volledig op zijn plek was. De vrouw glimlachte even en richtte zich toen op de horizon. In de verte lag Cinnabar Islands, maar zelfs van deze afstand kon de vrouw zien dat het eiland er anders uit zag. Rook leek op te stijgen, er lagen tientallen boten voor de kust en er heerste chaos. Een stevige wind stak op en de golven van de zee werden wat hoger terwijl de groep voort maakte. De wind trok aan Cynthia haar haren, maar het deerde haar niet. Vechten op zee was iets waar ze zich de afgelopen jaren in had gespecialiseerd. Ze zou niet verliezen. Niet van een storm op zee, en ook niet van Team Rocket. Die groep had te lang, ondergronds, hun gang kunnen gaan in Kanto en nu was het tijd voor hen om daar een einde aan te brengen, voor eens en voor altijd!

Pallet Town
Professor Oak keek met een bezorgde blik naar de volle boten en Trainers en Coördinatoren op Waterpokémon die de haven van Pallet verlieten. Was dit echt de enige oplossing? De man balde zijn vuist. Ja, waarschijnlijk wel. Cinnabar werd belegerd en hij zou het persoonlijk nooit over zijn hart kunnen verkrijgen als ze niks hadden gedaan om Brendon Mayon en zijn familie te helpen. Hij kende de man al jaren, ze hadden veel informatie uitgewisseld over Ponyta en Rapidash en het fokken van sterkere Pokémon, en ja, dat creëerde toch een soort band. ‘Succes allemaal! En denk eraan, geweld is niet de oplossing!’ Hij had het gevoel dat zijn waarschuwing verloren ging in de wind, maar er was toch wel iemand die hem hoorde. Een jongedame die hard snoof. ‘Pff, geloof je dat nou echt?’ Verbaasd keek Oak opzij, naar Jasmine Inoue. ‘Jasmine! Wat doe jij nou nog hier? Ga je niet mee naar Cinnabar?’ Het meisje snoof nog een keer, sloeg haar armen over elkaar en keek de man strak aan. ‘Natuurlijk wel, maar ik moet me eerst nog even mentaal voorbereiden. Ik ga straks wel naar Cinnabar, dan versla ik iedereen en ben ik de grote held.’ Oak kon het niet laten een diepe zucht te slaken. Dit meisje, ging het ooit nog goed komen met haar?

Fuchsia City
Lillian moest toegeven dat ze baalde dat ze van Aiden niet mee mocht naar Cinnabar Island. Het eiland was haar thuis, ze was er opgegroeid, had er vele avonturen beleefd, en nu het eiland haar hulp nodig had, mocht ze niet heen. Ergens, ver weg in haar achterhoofd, begreep ze wel waarom Aiden haar hier hield. Ze was vervuld van woede en wanneer ze woedend was, deed ze vaak dingen voor ze er over nadacht. De man kenden haar inmiddels zo goed dat hij wel wist wanneer hij Lillian moest afremmen. Vanaf de heuvel waar de manege op stond, had ze een goed uitzicht over de zee die bij Fuchsia lag. Twee boten waren vanuit de haven naar de Seafoam Islands vertrokken, om vanaf daar door te gaan naar Cinnabar. Bryan kwam zwijgend naast haar staan en keek haar bezorgd aan. ‘Gaat het?’ vroeg hij, waarop Lillian snoof en hem een chagrijnige blik toewierp. ‘Gaat het? Serieus? Meen je dat nou?’ Haar toon was bijtend, maar dit deerde Bryan niet. Hij was het inmiddels wel van zijn ietwat opvliegende vriendin gewend. ‘Aiden red het echt wel,’ reageerde de man. ‘Hij heeft een paar sterke Trainers meegenomen uit de stad.’ De blondine haalde diep adem en knikte toen. Vervolgens draaide ze de zee haar rug toe en keek naar de manege. ‘Is iedereen een beetje gekalmeerd al?’ Bryan knikte. ‘Ja, iedereen is alweer wat bedaard, mensen hebben hun Pokémon terug, maar sommige Pokémon zijn toch ontsnapt en nog in handen van Rocket Inc..’ Lillian knikte weer en zuchtte. ‘En we weten niet waar die vrachtwagen heen is gegaan?’ Nu schudde Bryan zijn hoofd. ‘Nee, niemand heeft de truck kunnen volgen.’ Lillian staarde nadenkend naar haar manege. ‘Toch jammer,’ sprak ze langzaam. ‘Nu zijn die mensen hun Pokémon kwijt en terwijl iedereen naar Cinnabar is, verdwijnen die Pokémon gewoon.’ Bryan liet ook een zucht horen. ‘Dat klopt, maar op dit moment kunnen we er helaas niet veel meer aan doen.’


Zweet parelde over Sora haar voorhoofd naar beneden. De strijd was bijna voorbij, maar er stonden nog altijd een paar Pokémon overeind. Summer en Winter hadden helaas de strijd op moeten geven, maar Sun stond nog altijd overeind, net als de Raichu, Pidgeot en Arcanine van de zwartharige man aan de overkant. Miki was met haar Graspokémon zwaar in het nadeel en had het helaas af moeten leggen tegen de grote, gevaarlijke Arcanine. Ook de meeste Pokémon van Viridi hadden verloren van het vuur, maar haar Persian stond nog overeind, net als de Golem van Ryan. De zwartharige man keek even om zich heen; al zijn medestanders waren al verslagen. ‘Nou, zo zie je maar weer wie hier de sterkste is,’ sprak hij op zelfvoldane toon, waarna er een verwaande grijns over zijn lippen gleed. Hij wierp een blik op de twee jonge Trainers en de Coördinator die tegenover hem stonden, elk nog één Pokémon over. ‘Dus, wie denkt mij aan te kunnen?’ Sora wierp Ryan en Viridi een vragende, gejaagde blik toe. Ieder van hen was in het voordeel tegen één van de Pokémon van de man, al was het voordeel van Persian tegen Arcanine niet zo groot. ‘Kom maar op,’ gromde Sora. Ze was dit alles, vooral die man, echt meer dan zat.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | vr nov 29, 2013 11:50 pm

Battle at sea
Destiny
Cinnabar Island kwam langzaam in zicht en Destiny voelde de spanning in haar lijf toenemen. De berichten uit de andere steden waren tenenkrommend geweest, en ze hoopte ten zeerste dat ze niet waar waren, voor haar medewerkers, want als ze echt hadden gefaald, dan waren ze nog niet jaren. Voor hen zou het beter zijn als ze.. gewoon zouden verdwijnen. Ja, verdwijnen en hopen dat Destiny ze dan nooit in haar vingers kreeg, want dan zouden ze zeker weten verdwijnen. Voor goed. ‘Commander, we naderen de haven van Cinnabar Island.’ De stem van één van haar agenten bereikte haar oren. Even sloot de vrouw haar ogen en gromde geërgerd. Ze stond verdorie voorop het schip. Dachten ze soms dat ze blind was? Enfin. Ze liet de lucht hard door haar neus naar buiten komen, opende haar ogen en draaide zich om. Achter haar stond Zinan, iets wat haar stemming iets verbeterde. ‘Wat is de situatie op het eiland?’ vroeg ze, waarop de man antwoordde: ‘Iedereen met Pokémon heeft zich rond de kust van het eiland verzameld. Brendon was blijkbaar zo slim om er rekening mee te houden dat we op meerdere plekken aan land kunnen komen.’ Destiny knikte en liet haar blik toen langs Zinan glijden, over de zee. Haar mond verstrakte en ze zette een paar passen naar voren. ‘Wat is dat?’ vroeg ze op scherpe toon, wijzend naar iets groots en donkers dat over het water hun kant op kwam. Zinan kwam naast haar staan en tuurde met een verrekijker naar datgene wat Destiny net aangewezen had. ‘Het lijkt op een vloot Trainers en Pokémon Commander,’ antwoordde Zinan na enkele seconden. ‘Wat!?’ brulde de vrouw, waarop ze de verrekijker uit Zinan zijn handen griste en zelf in de verte tuurde.

Helaas had de man niet gelogen (maar goed ook, want liegen was iets wat ze niet tolereerde, tenzij ze het zelf deed); er kwam inderdaad een vloot aan. Een boot met daarop meer bekende gezichten dan de vrouw wilde toegeven, en in het water surften ook nog eens een heleboel mensen. ‘Wat doen al die mensen hier!’ gromde Destiny. Ze liet de verrekijker zakken en richtte zich tot Zinan. ‘En waarom hebben ze al hun Pokémon nog!’ De man deed bijna onzichtbaar een stap achteruit voor hij antwoord gaf. ‘Wellicht hebben de andere troepen gefaald in hun opdracht Commander.’ Destiny haar neusgaten werden groter terwijl ze een stap naar Zinan toe zette (de man zette gelijk met haar weer een onzichtbare stap achteruit). ‘Dus jij wilt zeggen dat die idioten er niet eens in zijn geslaagd om al díe mensen,’ ze wees naar de naderende groep in het water, ‘tegen te houden?’
‘Blijkbaar,’ was Zinan zijn antwoord en Destiny wist niet of ze nu boos moest worden of niet. Ze snoof en richtte haar ogen toen op een andere agent die naar hen toe kwam rennen. ‘Commander, er komt een vloot aan en-.’
‘Dat weet ik al,’ snauwde ze naar de agent, welke geschrokken achteruit strompelde en bijna van het trapje viel. Ze richtte zich tot Zinan en wees naar de naderende groep mensen in het water. ‘Stop ze.’


Sora knikte naar Ryan en Viridi en als één man stuurden ze hun Pokémon naar voren in de strijd. ‘Vernietig ze,’ was het enige wat de zwartharige man zei, waarop zijn Pokémon naar voren schoten. ‘Sun, Thunder!’ riep Sora haar Raichu toe, wijzend op de Pidgeot. ‘Raichu, vang op!’ beval de zwartharige man, waarop zijn eigen Raichu naar voren sprong om de elektrische aanval op te vangen. ‘Mooi niet!’ riep Ryan op zijn beurt. ‘Gabe, Roll Out!’ De grond onder Sora haar voeten begon te trillen alsof er een aardbeving aan de gang was toen de Golem al zijn ledematen in trok en op de Raichu af rolde. ‘Arcanine Take Down!’
‘Fastalon, Fake Out!’ Totale chaos ontvouwde zich terwijl Sun haar Thunder op Pidgeot afvuurde, Raichu naar voren sprong om dit tegen te houden, werd onderschept door Golem, waar Arcanine weer bovenop wilde sprongen en toen werd tegen gehouden door de Fake Out aanval van Viridi haar Persian. Pidgeot werd geraakt door Thunder en liep daarmee een flinke po schade op, evenals Raichu van de Roll Out aanval. Golem, welke na zijn hit door de aanval gedwongen was door te gaan tot hij zou missen, maakte een scherpe bocht en stevende op Arcanine af. De Vuurpokémon probeerde zij rollende tegenstander af te remmen door een krachtige vuuraanval in te zetten, maar hoewel Golem nu gloeiend heet was, werd hij niet afgeremd. Snel sprong de hondachtige Pokémon opzij, waardoor de aanval van Golem hem miste.

Pidgeot, deels geroosterd, maar niet van plan om op te geven, liet een strijdkreet horen en zette Acerial Ace in. Sun en Fastalon werden geraakt, maar toen Pidgeot zijn aanval op Golem loste, had het geen effect op hem, maar wel op de Pidgeot zelf; de vogel knakte zijn vleugel en viel uit de lucht. ‘Gabe, Body Slam!’ Golem maakte een sprong en lande vol op de Pidgeot, welke het uitkraste van de pijn en toen flauw viel. Één Pokémon uitgeschakeld, nog twee te gaan. De zwartharige man was nu woedend. ‘Niemand vernederd Nate Johnson en komt er ongestraft mee weg!’ riep de man, waarop hij naar voren wees. ‘Raichu, Arcanine, grijp ze! Fire Fang! Thunder Fang!’ Sora keek met grote ogen toe terwijl Arcanine en Raichu gezamenlijk naar voren renden, op sprongen en hun bekken openden. Vlijmscherpe, witte tanden waren zichtbaar, waarna er vuur in de bek van de Arcanine flitste en elektriciteit in die van de Raichu. ‘Gabe, Harden!’ De Golem van Ryan sprong snel voor Fastalon en Sun en verharde toen zijn buitenkant. De tanden van Arcanine ketsten hard af op de stenen buitenkant van de Golem en Sora zag dat er zelfs stukjes van zijn tanden afbraken. Raichu reageerde sneller, schoot om Gabe heen en sprong op Sun af. Sun dook weg, maar Raichu greep haar staart vast en diende een harde elektrische beet toe. ‘Sun!’ riep Sora geschrokken terwijl haar Raichu het uitgilde van de pijn. ‘Concentreer je!’ riep ze terwijl een idee zich in haar hoofd ontwikkelde. ‘Raak Gabe aan!’ brulde ze toen. Sun opende gepijnigd een oog, en strekte zich toen uit naar de Golem. Langzaam wist ze de Golem aan te raken, waarna alle elektriciteit naar de Golem schoot, en vervolgens verdween. Beide Raichu’s keken verbaasd toen de stroom weg was, en Gabe keek even achterom, alsof hij wilde weten wie hem zojuist had gekieteld. ‘Natuurlijk,’ hoorde ze Ryan naast haar zeggen. ‘Grond geleid elektriciteit! Sora wat geniaal!’ Het meisje haalde haar schouders op. ‘Soms heb ik van die momenten ja,’ grinnikte ze toen.

Kenji zijn ogen waren op de boten bij de haven van Cinnabar gericht, vanaf waar nu iets hun kant op kwam. ‘Mam,’ sprak hij kort, waarop hij naar het naderende “iets” wees. ‘Wat is dat?’ vroeg de vrouw, waarop Kenji zijn schouders ophaalde. ‘Geen idee, dat kan ik vanaf hier niet zien, maar wat het ook is, het komt deze kant op.’ Kenji probeerde zich te focussen op datgene wat hen op hoge snelheid naderde, maar terwijl hij keek, merkte hij dat het weer steeds slechter, en de zee steeds wilder werd. Zijn moeder mompelde iets, schreeuwde toen iets, maar door de gierende wind en nu op hen neer dalende regen, kon Kenji niet verstaan wat ze zei. Een oranje straal was het eerste wat ze zagen. ‘Hyper Beam!’ riep Kenji, waarop hij zich tot de anderen wendde. ‘Ontwijken!’ Hij wist niet hoe snel de boot van Mitsu kon uitwijken, maar hij wist ook niet wat het bereik van de Hyper Beam was. ‘Shelby! Protect!’ Kenji draaide zich met een rug om naar zijn moeder, welke haar Cloyster naar voren stuurde om hen te beschermen. Was ze soms gek geworden ofzo? Dat, of ze had meer vertrouwen in de kracht van haar Cloysters Protect dan Kenji.

De Hyper Beam naderde op hoge snelheid en sloeg vlakbij Kenji in. Shelby’s Protect ving een groot deel van de klap op, maar een deel van de straal klapte ook hard op het water. Hoge golven dreven de zwemmende Pokémon uiteen en sloegen omhoog tegen de boot. ‘Pas op! Het is een heel krachtige Gyarados!’ Nu hoorde Kenji eindelijk de waarschuwing van zijn moeder. De jongen wende zich tot de bron van de Hyper Beam, en herkende nu inderdaad een Gyarados, met op zijn hoofd iets wits. ‘Een Gyarados hè,’ sprak hij nadenkend. ‘Laat dit maar aan mij over. Gray!’
‘Wat.. Kenji, nee! Die Gyarados is gestoord!’ De jongen wende zich met opgetrokken wenkbrauw tot zijn moeder. ‘Dan is het maar goed dat Gray en ik dat ook zijn, niet?’ Hij wierp een scheve grijns naar zijn moeder en stoof toen weg met zijn Gyarados. ‘I’ll be fine!’ riep hij nog naar haar toe, wetend dat ze hem nu met een uiterst bezorgde blik nakeek.

Gray liet een luide brul horen, alsof hij de andere Gyarados wilde uitdagen tot een gevecht, terwijl ze hun tegenstander naderden. Het antwoord was een praktisch net zo luide brul van de andere Gyarados. Kenji liet zijn ogen over de Gyarados glijden. Hij had nog nooit zo’n exemplaar gezien. De Gyarados was gehavend, had veel meer littekens dan je zag bij de gemiddelde Pokémon en had ook nog eens melkwitte ogen. Iets aan deze Pokémon deed een rilling over zijn rug glijden. Deze Pokémon was inderdaad niet in orde. Het witte op het hoofd van de Pokémon, bleek een man te zijn, geheel gekleed in een wit pak, met witte haren. Te veel wit, als je het Kenji vroeg. ‘Wel wel, wat hebben we hier.’ De stem van de witte man kwam naar Kenji toe gedreven over de golven en floot in zijn oren door de wind. ‘Wie je ook bent, ik daag je uit voor een gevecht!’ riep Kenji. Zijn vuisten waren gebald en zijn blik stond vastberaden. Hij had het best wel gehad met Rocket Inc.. De man op de gehavende Gyarados leek te lachen, althans, dat vermoedde Kenji, want het geluid van de lach van de man kwam haperend door de wind naar hem toe. ‘En je denkt dat jij en die miezerige Gyarados van je ons tegen kunnen houden?’ De stem van de man was spottend. Kenji had daar zo’n hekel aan.


De man, Nate genaamd, had inmiddels alleen nog maar zijn Raichu en Arcanine over, maar voor hoe lang? Raichu bevond zich nu tussen de Pokémon van Sora, Ryan en Viridi, en het was nog maar de vraag of ze daar “levend” vandaan zou komen. Gabe hoefde alleen maar een pas achteruit te zetten. Nate leek dat ook door te hebben, want hij riep: ‘Raichu! Weg daar!’ De Elektrische Pokémon zette een sprint in, maar Sun was sneller. Ze greep met haar tanden de staart van de rennende Raichu vast en trok. Raichu keek woedend achterom en laadde zijn elektrische aanval op, maar Gabe was al bij de Pokémon aangekomen en deed een Roll Out. Raichu was zo plat als een dubbeltje en verslagen. Als Nate een draak was geweest, dan had hij nu vuur staan spuwen, dat wist Sora zeker. De man was razend, liet zijn Raichu terugkeren en keek toen naar Arcanine. ‘Wat sta je daar nog te staan! Grijp hen!’ Arcanine had echter aardig last van zijn gebroken tanden en stond niet te trappelen om het weer tegen die rollende steen op te nemen. ‘Arcanine,’ gromde de man, maar toen stapte Viridi naar voren. ‘Geef het toch op man. Zie je niet dat je Arcanine zijn tanden heeft gebroken?’ Ze wees naar de bek van de Hondpokémon. Nate keek haar furieus aan. ‘Zeg mij niet hoe ik met mijn Pokémon om moet gaan jij onderkruipsel!’ blafte de man, waarop hij weer naar zijn Arcanine keek. ‘Nou? Komt er nog wat van?’
‘Genoeg!’ Miki’s stem galmde door de loods. Sterke, groene ranken schoten naar Nate en grepen hem stevig vast. De man vloekte, schold en tierde terwijl hij nog altijd probeerde zijn Arcanine te activeren. De Vuurpokémon lag echter op de grond, zijn poten over zijn snuit gevouwen, treurend om zijn gebroken tanden.

‘Het is voorbij Nate, geef het nou maar op.’ Miki liep naar voren terwijl haar Victreebel de man stevig vast hield, een paar centimeter boven de grond. De man leek te grommen en keek spottend op de vrouw neer. ‘Denk je nou echt dat je hebt gewonnen?’ spuwde hij naar haar. ‘Op dit moment zijn de troepen van Team Rocket bezig om Cinnabar Island in te nemen. Alles loopt volgens plan. Iedere Gymleider, Trainer en Coördinator is naar het eiland gegaan om daar de “laatste strijd” de strijden, maar niemand weet dat dit ons plan was. Iedereen zal vandaag zijn of haar Pokémon verliezen. Iedereen! Haha, hahaha, HAHAHAHA!’ PATS! Met meer kracht dan ze van zichzelf had verwacht, gaf Sora Nate een klap in het gezicht. Ze had in eerste instantie niet eens doorgehad dat ze naar voren was gelopen, en had haar eigen plan ook pas door toen haar hand de wang van de man had geraakt. ‘Sora!’ De stem van Ryan klonk zowel geschrokken als respectvol. Nate keek haar eerst verbijsterd, maar toen duister grijnzend aan. ‘Jullie zijn te laat.’

De zee was nog wilder geworden nu Kenji de man voldoende was genaderd om zijn gezicht te kunnen zien. Hij zag er vreemd kalm uit met zijn donkere ogen en zijn glimlach. Alsof dit alles hem niet interesseerde of gewoon koud liet. Alsof Kenji slecht een kleine hobbel in de weg was, een kink in de kabel, een vlieg in de soep, alsof hij niks voorstelde. Daar kon Kenji zo slecht tegen. ‘We zullen ze eens wat laten zien,’ gromde de jongen, waarna hij naar voren wees. ‘Gray! Dragon Pulse!’ De Gyarados onder zijn voeten brulde, opende zijn muil en vuurde een krachtige, paarsroze puls af op de Gyarados tegenover hem. De man op de Gyarados leek enkel te glimlachen, verplaatste zijn gewicht wat opzij, en de Gyarados volgde zijn beweging. De Dragon Pulse schoot langs hem heen en knalde enkele meters verderop hard in het water. ‘Goed, maar niet goed genoeg,’ sprak de witte man, waarop hij naar voren gebaarde. ‘Gyarados, Hyper Beam.’ Kenji zijn ogen werden groot toen de man de opdracht aan zijn Pokémon gaf. Het was maar goed dat Hyper Beam altijd even moest opladen, zo had Kenji nog even tijd om na te denken. Waarom was hij ook alweer met Gray de strijd aan gegaan? Zo lang had hij de Pokémon nog helemaal niet!

‘Ontwijk!’ riep Kenji, waarop de Gyarados opzij dook. Kenji moest zich stevig vastgrijpen aan de Pokémon om vooral niet in de kolkende zee te storten. Hij hoorde de scherpe lach van de witte man, welke als een mes door de wind sneed. ‘Nog nooit eerder op je Pokémon gevochten zie ik?’ sneerde de stem, waarop Kenji de man woedend aankeek. ‘Nee,’ blafte deze terug. De woorden “Ik heb de Pokémon nog maar net” slikte hij in. Hij wilde zijn tegenstander niet nog meer materiaal geven om over te lachen of mee te spotten. Snel zocht de jongen zijn evenwicht terwijl hij zichzelf in zijn achterhoofd vervloekte en wenste dat hij jaren geleden van zijn moeder had geleerd hoe hij op een Pokémon moest staan en vechten. Ze had het hem zo vaak willen leren op Denise, maar nooit had hij de moeite genomen het te doen. Nu had hij daar spijt van, en niet zo’n beetje ook. Enfin, hij had nu geen tijd om daar over te gaan mekkeren, hij had een gevecht te winnen!


Sora stond te trillen op haar benen. Was het zo? Waren ze echt te laat? Ze balde haar vuisten en keek vastberaden. Nee, dat weigerde ze te geloven. Ze waren niet te laat, dat wilde Nate hen alleen maar doen geloven. ‘Je liegt,’ sprak ze ferm, waarop de man begon te lachen. ‘O, is dat zo? En hoe weet je dat zo zeker?’ Sora keek de man strak aan. ‘Jij bent slecht, en slechte mensen liegen altijd.’ De man lachte nu nog harder. Sora haar wangen werden rood, want het was niet zo raar dat de man haar uitlachte. Haar antwoord was het antwoord van een klein meisje en zij was al bijna twintig. Ze keek de man fel aan en wende zich toen tot Miki. ‘Wat doen we nu?’ De vrouw leek even na te denken en keek naar de trucks. ‘Ik denk dat we deze boeven eerst maar eens moeten afleveren bij Agent Jenny.’ Sora knikte en keek om zich heen. Alle andere medewerkers waren inmiddels ook “geboeid” door Graspokémon en iedereen wachtte op een teken om over te gaan op actie. Miki knikte. ‘Goed, ik stel voor dat we één van die vrachtwagens leeghalen, hen daarin gooien en de deur barricaderen. Dan brengen we de Pokéballs én hen terug naar waar ze vandaan komen.’ Sora en de anderen knikten en het meisje draaide zich om. ‘Maar hoe weten we nou welke truck uit welke stad kwam?’ dacht ze hardop. Miki liep naar één van de trucks en opende deze. ‘Dat zien we dan wel weer. Trainer en Pokémon herkennen elkaar toch wel meteen, als ze ten minste een goede band hebben.’

Het overhevelen van Pokéballs van de ene naar de andere truck duurde even, maar toen was de vrachtwagen dan eindelijk leeg en konden hun “gevangenen” er in. ‘De truck kan van binnen open,’ herinnerde Sora zich. ‘Ah, maar niet als we de truck dicht binden,’ glimlachte Miki. ‘Soraya?’
‘Bulbasaur!’ De Bulbasaur van Miki werd voorop de truck gezet en sloeg haar roede toen om het hele voertuig heen. ‘Zo, die kan niet meer open,’ sprak de vrouw tevreden, waarna ze de deur opende en instapte. ‘Gaan jullie mee?’
‘Uh..’ Sora keek bedenkelijk naar de andere trucks. ‘Ik heb geen rijbewijs,’ reageerde het meisje. ‘Ik ook niet,’ vulde Ryan aan en ook Viridi en Sishuri schudden hun hoofd. ‘Miki haalde haar schouders op. ‘Oké, dan eerst de boeven en dan de Pokémon. Stap in!’ Met vijf man voorin een vrachtwagen was iets wat Sora nog nooit had gedaan, en wat ze na vandaag ook nooit meer wilde doen. Het was, op z’n zachtst gezegd, ontzettend ongemakkelijk en Sora vond het een wonder dat Miki zo nog fatsoenlijk kon rijden. De vrouw reed de vrachtwagen de loods uit, over een smal pad, naar een kleine veerboot die daar was aangemeerd. De vrachtwagen werd aan boord gereden, de boot gesloten en toen stak Miki haar handen in haar zij. ‘Goed! Wie van jullie kan met zo’n ding varen?’

‘Surf!’ riep Kenji, waarop Gray een gigantische golf creëerde en op de zijn tegenstander af stuurde. De Gyarados met de witte man werd geraakt, maar het water deed de Pokémon uiterst weinig. Dit gevecht frustreerde Kenji nu al, maar hij moest rustig blijven, kalm, zich concentreren en winnen. Zijn oog viel op een paar rotsen in het water. ‘Gray, breng me naar die rots,’ beval de jongen, waarop de Gyarados naar de stenen zwom en bukte. Kenji sprong op de gladde, natte steen, gleed bijna uit, wist zijn evenwicht te bewaren en richtte zich tot zijn tegenstander. ‘Zo, stukken beter. Vooruit! Dragon Rage!’ Gray brulde en stoof naar voren, op de andere Gyarados af. Kenji keek genoegzaam toe doe de Gyarados vol op de andere zeeserpent inbeukte en zelfs de witte man even deed wankelen. Kenji’s grijns werd breder toe ook de man op een paar rotsen ging staan. Nu was het pas een echt gevecht; Gyarados tegen Gyarados. Zodra de witte man op een rots stond stuurde hij zijn eigen Pokémon naar voren. Gray en de Gyarados klapten hard op elkaar, beten elkaar, wikkelden hun lichamen om elkaar heen en deden hun best de ander onder water te drukken. Niet dat het heel veel effect zou hebben, aangezien een Waterpokémon niet kon verdrinken, maar ach, het ging om het idee.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | di dec 03, 2013 5:28 pm

The final stand
Karin
Karin haar blik stond ernstig terwijl ze keek naar de naderende schepen. ‘Oké jongens, maak je klaar!’ riep ze haar Pokémon toe. Arash, haar Arcanine, stond trouw als altijd aan haar zijde. Ithai stond aan haar andere zijde. De Nidoking liet een luide brul horen als een soort strijdkreet voor de komende strijd. Akiko, haar Magneton, zweefde boven haar hoofd naast Kaede. De Pidgeot was gelukkig weer wat hersteld, maar was nog niet helemaal tip top in orde. Toch had de Pokémon geweigerd haar zijde te verlaten voor het komende gevecht, en ergens was ze de Pokémon daar ontzettend dankbaar voor. Haar vader en moeder stonden aan haar linkerkant, hand in hand, met al hun Pokémon om hen heen. Brendon had alle Ponyta en Rapidash van de stoeterij erbij gehaald en achter Karin stond dan ook een heel leger aan Vuurpokémon. Het gaf haar een machtig gevoel, een zeker gevoel. Alle warmte van de paarden straalde op haar neer en gaf haar de kracht en moed om dit gevecht aan te gaan. Ze zouden Cinnabar beschermen, kostte wat het kost.

De voorste boot had het eiland inmiddels bereikt en de eerste mensen bestormden het eiland. Mens en Pokémon stoof naar voren, klaar om hun Pokémon in beslag te nemen. Karin sprong op Arash zijn rug en knikte naar haar ouders. Vervolgens spoorde ze haar Arcanine aan om naar voren te rennen, en denderde toen op de aanstormende groep af terwijl ze heel luid riep: ‘Voor Cinnabar!’ Arash stoof op volle snelheid naar voren, op de voet gevolgd door Ithai en de kudde Ponyta en Rapidash. Zwarte Pokéballs vlogen door de lucht, waar Karin paniekerig naar keek. ‘Ontwijk die Pokéballs! Zorg dat ze je niet raken!’ Pokémon begonnen lange afstandsaanvallen uit te voeren en een groot deel van de ballen werd afgeweerd, maar er raakten ook een paar doel, waardoor er Ponyta en Rapidash in Pokéballs verdwenen. ‘Nee!’ riep Karin, waarop ze woedend naar voren keek. ‘Arash! Extreem Speed!’ Ze zou die mensen eens wat laten zien!

Destiny
Een grote grijns stond op haar lippen terwijl ze toekeek hoe Zinan het nu opnam tegen een andere Gyarados. Blijkbaar dacht het joch dat hij Zinan wel even tegen kon houden. Nou, mooi niet. Zinan was één van haar beste agenten, die ging echt niet zo gemakkelijk neer. Nu ze er over nadacht, hoe ging het eigenlijk bij Nate? Vast wel goed, hij had niet zo’n moeilijke opdracht van haar gekregen, dus dat kon gewoon niet mis gaan. Ze richtte haar ogen weer op het eiland. Ze waren bijna aangemeerd en dan konden ze beginnen. ‘Ach kijk toch eens wat schattig,’ glimlachte de vrouw bij het zien van de groep wachtende Trainers op de kade. ‘Ze denken serieus dat ze ons kunnen stoppen, ontroerend is het niet?’ Ze grijnsde breder, een wrede grijns. ‘Begin,’ zei ze enkel, waarna de agent, die net achter haar had gestaan, naar het benedendek verdween. De boot meerde aan en een hele horde agenten stormde over de pier naar het vaste land. Destiny keek geamuseerd toe hoe de Trainers op de kant de aanval inzetten om het eiland te verdedigen. ‘Zo.. ontroerend,’ sprak Destiny vol walging. Ugh, waarom moesten al die Trainers zich toch altijd overal mee bemoeien? Ze waren allemaal zo vol van zichzelf en dachten echt dat ze hen konden stoppen. Naïevelingen, stuk voor stuk, dat waren het. Niemand kon winnen van Team Rocket, niet zolang zij de leiding had. Nou ja, de leiding, Night had de leiding, maar zij was de baas over dit zooitje ongeregeld hier, dus dat kon niet misgaan, toch?

Helaas, de insecten genaamd Trainers, Coördinatoren en Gymleiders waren toch sterker dan gedacht. Een Arcanine stoof in volle vaart door de menigte en liep meerdere agenten onder de voeten. Alsof dat nog niet vervelend genoeg was, bleek rechts van haar de stoet waterratten de kust te hebben bereikt. Destiny gromde luid en keek om zich heen. Waar was Zinan!? De man bleek nog altijd in een één op één gevecht vast te zitten met dat joch en zijn Gyarados. ‘Amateurs!’ riep de vrouw woedend, toen ze zag hoe steeds meer mensen onder de voet werden gelopen. Dat er ook Pokémon werden gevangen deed er voor haar niet toe. Dat kwam gewoon niet bij haar binnen, want het waren er naar haar zin te weinig. De vrouw griste haar Pokéballs van haar riem en gooide die in de lucht. Een Golbat, Dragonite, twee Dragonair en een zwarte Charizard kwamen tevoorschijn. ‘Als je wilt dat het goed gebeurt, moet je het zelf doen,’ sprak ze tegen haar Pokémon, waarna ze op de rug van haar Dragonite sprong en met haar vloot Pokémon naar de waterratten vloog. Ze ging hen eens even mooi tegenhouden.

Cynthia
Met een vastberaden blik voer de vrouw op de kust af. Kenji hield de andere Gyarados tegen, maar toch zat het haar niet lekker. Ze had de Pokémon en de man in één keer herkend van vijf jaar geleden. Er was geen twijfel over mogelijk dat dit de gehavende, blinde Gyarados was die vijf jaar geleden de Seafoam Islands terroriseerde, en de man op zijn kop was dezelfde man die hem toen had gevangen. Ze had toen al een slecht gevoel over hem gehad, en die bleek nu dus volledig gegrond te zijn. Hij heeft een monster van hem gemaakt dacht ze verbitterd, en ze beet even op haar lip. Nee, dat was niet waar. Het was al een monster toen hij hem had gevangen. Hij heeft er alleen maar een handelbaar monster van gemaakt. Een wapen. Cynthia haar lichaam verstrakte en ze was vervuld van verontwaardiging. Die man had geen respect voor Waterpokémon. Hij verdiende die Gyarados niet. Met een ruk draaide ze zich om. ‘Denise!’ blafte ze tegen haar Lapras, ‘zet koers naar Kenji, we gaan het die man betaald zetten.’ Denise liet een instemmend geluid horen, draaide in het water en zette koers naar de witharige man. ‘Cynthia, wat ga je doen!’ riek Mitsu haar toe vanaf de boeg van het schip. ‘Mijn zoon helpen!’ riep ze terug, waarna ze op volle snelheid over de zee schoot.


‘Ik,’ antwoordde Viridi met een uiterst serieus gezicht. Iedereen keek verbaasd naar de blondine. ‘Jij weet hoe je een boot moet besturen?’ vroeg Ryan uiteindelijk. Ongeloof weerklonk in zijn stem, maar Viridi liet zich er niet door van de wijs brengen. ‘Natuurlijk weet ik dat,’ sprak ze op bijna hooghartige toon, waarna ze naar de stuurhut liep. Sora keek bezorgd naar de anderen. ‘Zij weet echt niet hoe je een veerboot moet besturen,’ ze de groenharige en ook de anderen knikten. Het meisje keek om haar heen. Ze had het gevoel dat ze iemand vergeten waren. ‘Waar is Mitsuko?’ vroeg ze na een tijdje. De anderen keken haar vragend aan. ‘Wie?’
‘Mitsuko,’ drong Sora aan. ‘Het andere groenharige meisje dat bij mij was.’ Ryan trok zijn wenkbrauw op. ‘Er was niemand bij je toen je tevoorschijn kwam?’ Sora keek vertwijfeld naar de anderen en keek toen achterom, naar de loods op de heuvel. Was ze echt alleen geweest? Ze wist heel zeker dat er nog iemand bij haar was geweest! Sora keek naar Sun, welke haar aandachtig bekeek. ‘Ik heb het me toch niet verbeeld?’ De Raichu schudde haar kop. Nee, zij had Mitsuko ook gezien. Dan moest het meisje nog in de loods zijn. Wat stom! Hoe hadden ze haar nou kunnen vergeten?

Sora haar voeten dreunden op de weg terwijl ze terug rende naar de loods. Autumn tevoorschijn halen en op haar naar de loods rijden was zoveel gemakkelijker, maar ze was gewoon gaan rennen en had daar verder niet aan gedacht. Sun rende naast haar en Ryan volgde haar op de voet. Miki, Viridi en Sishuri waren op de boot gebleven om te zien of ze het ding aan de praat konden krijgen en konden uitvogelen hoe het ding werkte (Viridi bleef volhouden dat ze wist hoe ze met een veerboot moest varen). ‘Sora, weet je echt zeker dat er nog iemand bij je was?’ De stem van Ryan kwam naar haar toe gedreven, maar ze schudde de woorden van haar af. ‘Ja, ik weet het zeker!’ riep ze terug. Ze weigerde te geloven dat ze Mitsuko had verzonnen, alsof ze stoned of dronken was ofzo. De deur van de loods stond nog open en Sora rende dus gewoon door, naar binnen. Alles zag er nog net zo uit als voordat ze weg waren gegaan; de truck, bij gebrek aan chauffeurs, stonden nog altijd op hun plek. Machine’s en kratten waren geen millimeter verschoven, maar toch was er iets anders; Er brandde licht in het kantoor bovenaan de trap. ‘Daar!’ riep Sora, wijzend naar boven. Snel rende ze verder, Sun rende voor haar uit en was eerder bij de trap dan zij.

Sora struikelde bijna over haar eigen voeten toen ze over de drempel het kantoor in stoof. Bij het bureau aan de andere kant stond een figuur voorover gebogen over een hele stapel grote papieren. Zodra Sora, Sun en Ryan het kantoor binnen kwamen stormen, keek de persoon op en glimlachte. ‘Ik was al even bang dat jullie me waren vergeten.’ Sora grijnsde. ‘Bijna, sorry,’ verontschuldigde ze zich, waarna ze naar Mitsuko toe liep. Nieuwsgierig keek ze naar de papieren op het bureau. ‘Wat zijn dit voor papieren?’
‘Dit zijn verschepingspapieren voor Pokéballs,’ verklaarde het meisje terwijl ze een paar papieren omhoog hield. ‘Blijkbaar wilden ze de Pokémon verkopen in Johto. Die zijn erg gewild daar, nu de wet versoepeld is.’ Sora schudde haar hoofd. Pokémon van Trainers en Coördinatoren verkopen in het “buitenland”? Team Rocket was echt hopeloos. Ryan kwam bij de twee dames staan en Sora wierp de jongen een blik toe waarmee ze wilde zeggen “zie je nou wel dat ik Mitsuko niet heb verzonnen?”, maar de jongen keek enkel naar de papieren op het bureau. ‘Dit zijn geen verschepingspapieren.’ De jongen wees naar een andere stapel papieren. ‘Klopt,’ antwoordde Mitsuko en ze trok de papieren uit de stapel. ‘Dit zijn vergaderingsnotulen en plannen. Hierin,’ ze liet een stuk papier zien, ‘staat hun plan beschreven om de steden en dorpen leeg te roven en wie waar heen moet. Hierin,’ ze hield nu een ander stuk papier omhoog, ‘staat echter hun invasie van Cinnabar beschreven.’ Sora keek nieuwsgierig naar het stuk papier. ‘Nate beweerde dat we te laat waren en dat hun plan op Cinnabar zeker zou slagen,’ merkte ze op. Mitsuko knikte. ‘Klopt, daarom ben ik ook hierheen gegaan. Ik hoopte dat ze zo dom waren om hun plannen hier te laten liggen en tada, dat waren ze.’

Sora grinnikte even en keek toen weer ernstig. ‘Wat staat er in hun plan voor Cinnabar dan?’ De groenharige haalde haar schouders op en las het papier door. ‘Niet veel bijzonders als je het mij vraagt. “Eiland vanuit verschillende invalshoeken aanvallen. Eiland innemen en alle Pokémon stelen. Moltres opsporen. Gymleider uitschakelen.”,’ dreunde Mitsuko op. ‘Ho, wacht, wat was dat laatste?’
Onderbrak Ryan haar. Mitsuko keek op. ‘Gymleider uitschakelen?’ Ryan schudde zijn hoofd. ‘Nee, daarvoor. Iets met Moltres?’ Mitsuko keek weer naar het papier en knikte. ‘Ja, Moltres opsporen.’ Ze richtte zich weer tot de anderen. ‘Zit Moltres op Cinnabar dan?’ De anderen haalden hun schouders op. ‘Geen idee, maar als ze Moltres te pakken krijgen, kan dat aardig rampzalig worden.’
‘Zeg maar gerust een wereldramp,’ reageerde Mitsuko. Ze liep om het bureau heen en rommelde in een andere stapel papieren. Ze haalde twee dossiers tevoorschijn en gooide die naar Ryan en Sora toe. ‘Ze hebben de andere twee vogels al.’

Kenji
Met op elkaar geklemde tanden keek de jongen toe hoe de twee Gyaradossen elkaar te lijf gingen. Het was een heftig gevecht en de twee Pokémon waren duidelijk aan elkaar gewaagd. Het probleem was alleen dat Kenji Gray nog maar een paar uur had, en de man tegenover hem zijn Pokémon waarschijnlijk al een paar jaar had. Kenji en Gray waren gewoon niet zo goed op elkaar ingespeeld als zou moeten. Hij had dan ook niet zo heel veel ervaring met Waterpokémon. Nou hoor ik je denken, is daar verschil in dan, Waterpokémon en andere Pokémon? Natuurlijk zit daar verschil tussen. Pokémon zijn, net als mensen, heel verschillend, en vechten in water is altijd anders dan op het land. Kenji was echter niet van plan op te geven of te verliezen. Kans om dit in zijn eentje op te knappen kreeg hij echter niet, want “hoera” daar was zijn moeder. ‘Mam wat doe je hier?’ blafte de jongen naar de vrouw zodra deze naast zijn rots kwam drijven met haar Lapras en volledige Waterpokémon leger. De vrouw keek echter niet naar hem, maar naar de man aan de overkant. ‘Ik wist wel dat ik jou die Gyarados niet mee had moeten laten nemen vijf jaar geleden!’ blafte de vrouw, wijzend naar de witte man. Deze stootte een harde lach uit. ‘Tja, dan had je er vijf jaar geleden maar eerder bij moeten zijn, dan had je hem zelf kunnen vangen en africhten.’ Hij spreidde zijn armen. ‘Maar vind je dan niet dat ik het super heb gedaan? Hij is gehoorzaam en alles.’ Een valse grijns speelde op zijn lippen. Kenji keek niet begrijpend van de één naar de ander. Waar ging dit over?

‘Kenji, laat mij dit gevecht afmaken.’
‘Wat? Nee, dit is mijn gevecht en-‘ sputterde Kenji boos, maar zijn moeder wierp hem een blik toe die hem voor het eerst in achttien jaar de mond snoerde. ‘Dit is mijn gevecht,’ sprak ze met op elkaar geklemde tanden, alsof ze aan het grommen was. Angstaanjagend bijna. De jongen aarzelde en knikte toen, waarop zijn moeder naar Gray keek. ‘Gray, will you lend me your power?’ De Gyarados keek de vrouw zwijgend aan en even vroeg Kenji zich af of hij de Gyarados moest bevelen naar zijn moeder te luisteren, maar toen knikte hij al. ‘Dank je,’ sprak de vrouw, waarop ze zich massaal op de witte man richtten. ‘Volgens mij is zeven tegen één niet eerlijk,’ sprak deze, waarop hij een Pokéball opgooide en er een Scyther tevoorschijn kwam. ‘Nu is het wel eerlijk denk ik.’ Kenji wist niet of de man niet goed wijs was, of dat hij werkelijk dacht dat hij met een Scyther en een Gyarados kon winnen van zijn moeder en haar waterleger. Hij bleef echter niet hangen om daar achter te komen, hij moest namelijk Karin helpen. In een flits verscheen Vulcan naast hem, waarna hij de op rug van de Pokémon sprong. ‘Succes!’ riep hij naar zijn moeder, welke haar duim op stak en zich toen in het gevecht stortte. Kenji kon, voor het eerst in zijn leven, zeggen dat hij respect had voor zijn moeder.

Karin
‘Arash, kijk uit! Flamethrower!’ De Arcanine opende zijn muil en verbrandde tien zwarte Pokéballs die net hun kant op werden gegooid. ‘Hoeveel van die dingen hebben ze wel niet?’ vroeg de rozeharige zich hardop af. Ze hadden al zoveel van die ballen verbrand, maar ze bleven maar met meer komen. Het leek bijna hopeloos, dit gevecht. Karin wierp haar ogen ter hemel en zag toen iets opvallends overvliegen. Vanuit de richting van de boot kwam een zwerm Pokémon aanvliegen. Een zwerm die er dreigend uit zag. ‘Arash, rennen, NU!’ De Pokémon draaide zich acuut om en zette het op een lopen. Achter haar hoorde Karin een aanval naderen, eentje die niet mocht raken. ‘Links!’ riep het meisje, waarop de Pokémon een haakse bocht maakte. De aanval suisde achter hen langs en verbrandde een paar van Arash zijn staartharen. Snel sprong Karin van de rug van haar Pokémon en maakte de brandende haren uit. Vervolgens keek ze weer naar de lucht. De Draakpokémon waren verder gevlogen, maar lieten vanuit de lucht nog meer aanvallen neerkomen. ‘Wij moeten ook de lucht in,’ mompelde Karin, waarop ze naar Arash keek. ‘Arash, het dak op.’

Ze wist niet precies hoe stevig de daken van de huizen waren, maar ze moesten het er maar op gokken. Via een balkon sprong Arash op het dak van een huis en begon toen over de daken te rennen. Onderwijl vuurden ze aanvallen af op leden van Rocket Inc., maar Karin haar ogen waren vooral gericht op de vliegende Draakpokémon. Waar gingen ze heen? Arash maakte een grote sprong om het volgende huis te bereiken en Karin verloor bijna haar evenwicht. ‘Sorry,’ verontschuldigde ze zich aan haar Pokémon. ‘Ik zat even niet op te letten.’ De Arcanine knikte en rende toen verder in de richting van de rand van het dorp. Karin haar ogen werden groot toen ze zag dat ze op weg waren naar de vulkaan van het eiland. Wat waren ze van plan? Het eiland bedelven onder lava? Wat schoten ze daar mee op? Toen begon haar iets te dagen. Een tijdje terug had het gerucht haar bereikt dat Moltres zich ergens diep in de vulkaan bevond. Was dat hun doel? Moltres opsporen en vangen? Als dat zo was, dan moest ze nu helemaal maken dat ze bij de vulkaan kwam.

Kenji
Wind suisde in zijn horen en trok aan zijn korte haren terwijl hij en Vulcan naar het eiland stoven, Links van hem kwam er echter iets aan, iets dreigends; een vliegende groep Draakpokémon. ‘Stik,’ mompelde de jongen toen er een aanval op hem werd afgevuurd. Vulcan maakte een draaiende duik in de lucht om de aanval te ontwijken en Kenji viel bijna van zijn rug in zee. Gelukkig had hij de nek van Vulcan nog kunnen grijpen, anders had hij nu zeker in het water gelegen, tenzij hij was gevallen en Vulcan nog snel genoeg was geweest om hem op te vangen natuurlijk. Snel klom hij weer op de rug van zijn Pokémon. De groep Draakpokémon was hem gepasseerd, dus hij kon weer veilig vliegen. Soort van. Zwarte Pokéballs werden naar hem toe gegooid, maar met een simpele windvlaag, gemaakt door Vulcan zijn vleugels, werden de ballen retour afzender gestuurd. ‘Prutsers,’ reageerde Kenji, tot iets anders op de grond zijn aandacht trok; een Arcanine die over de daken rende. ‘Ah, Karin,’ reageerde de jongen, maar net toen hij haar het meisje toe wilde vliegen, sprong Arash op de grond en ging over op Extreem Speed. ‘In de achtervolging dan maar Vulcan,’ sprak de jongen tegen zijn Fearow, wijzend naar de Arcanine, welke amper te zien was en nu meer weg had van een soort oranje flits.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | vr dec 06, 2013 9:35 pm

The end is near
Karin
‘Arash, Extreem Speed!’ riep ze, waarop de Arcanine van het dak op de grond sprong en zijn aanval inzetten. Ze suisden op hoge snelheid door de straten, in de richting van de vulkaan. Hoe meer ze de vulkaan naderde, hoe minder mensen er op straat waren. Bij de vulkaan zelf was zelfs niemand te vinden, afgezien van Marcel, welke de wacht hield bij de vulkaan en het VVV-huisje. ‘Halt, je mag er niet in zonder gids en-‘ De woorden van de man gingen verloren in het gesuis van de wind toen Karin hem voorbij stoof en op hoge snelheid de vulkaan binnen stormde. Eenmaal binnen stond Arash acuut stil, waardoor Karin naar voren schoot en op haar buik op zijn kop landde. ‘Dank je,’ sprak ze, waarop ze van zijn kop af gleed en in het rond keek. Waar hing die groep Draakpokémon uit? ‘Als ik een legendarische Pokémon was, waar zou ik dan zijn?’ vroeg het meisje zich hardop af. ‘Waarschijnlijk zo ver mogelijk bij jou uit de buurt,’ sprak een wel erg bekende stem.

Karin draaide zich op haar hielen om en keek in het grijnzende gezicht van Kenji Claves, haar rivaal vanaf moment één. ‘Is dat zo?’ sprak de rozeharige terwijl ze haar handen in haar zij zette. ‘Zeker,’ grijnsde de jongen, welke zijn handen in zijn zakken had gestoken en nog altijd grijnsde. Het meisje trok haar wenkbrauw op, maar besefte zich gelukkig op tijd dat ze geen tijd had voor een discussie (of ruzie) met Kenji; ze moesten Moltress eerder bereiken dan Rocket Inc.. ‘Ik neem aan dat een legendarische Pokémon zich bevindt op een plek waar mensen niet komen,’ verklaarde de jongen, waarop Karin knikte. Ja, dat had ze zelf ook al wel bedacht. ‘Diep in de vulkaan dus,’ reageerde ze, waarop Kenji knikte. ‘Diep, diep in de vulkaan.’

Kenji
Kenji, Karin, Céline en Arash renden zo hard ze konden door de gangen van Cinnabar Vulcano. Hun voetstappen echoden tegen de muren en het plafond en werden net zo hard naar het terug gekaatst als dat zij ze produceerden. Karin leidde hen dieper en verder de vulkaan in dan Kenji ooit was geweest. Eigenlijk was hij nog nooit in de vulkaan geweest. Of wel? Hij had ooit het idee ontwikkeld om een Magmar te vangen, maar was daar nooit aan toe gekomen. Hij was alleen op Cinnabar geweest om zijn badge te halen bij Brendan, en daarna was hij meteen weer naar huis gegaan. Zou hij, na dit alles, misschien nog tijd hebben om een Magmar te vangen? Hij wierp even een blik op Céline. Nee, waarschijnlijk niet. Na dit alles zouden zowel hijzelf als zijn Pokémon uitgeteld zijn, voor minstens een week of twee. ‘Hierheen,’ reageerde Karin terwijl ze op een T-splitsing naar rechts rende en hen een gang inleidde die aardig steil naar beneden liep. Kenji minderde vaart en rende en gleed achter Karin aan. De gang werd langzaam smaller en de jongen vroeg zich net af of Arash hier wel door paste, toen de Arcanine klem kwam te zitten. Karin probeerde de Pokémon los te maken, maar besloot toen dat het gewoon niet ging passen en liet hem terugkeren in zijn Pokéball. Alsof dat het teken was dat iemand anders het over moest nemen, verscheen Akiko naast Karin in de lucht. De Magneton was gelukkig niet te breed voor de gang, en mocht de gang toch nog smaller worden, dan kon hij er zijdelings vast wel tussendoor.

Het viertal ging verder en daalde steeds verder naar beneden. Hoe verder ze de vulkaan in gingen, hoe warmer het om hen heen werd. Kenji voelde hoe zweetdruppeltjes zich op zijn gezicht en voorhoofd begonnen te vormen en langs zijn nek naar beneden gleden. De stenen die hij af en toe aanraakten werden ook steeds warmer. ‘Hoe ver nog?’ vroeg Kenji, waarop de rozeharige zich omdraaide en bezorgd aankeek. ‘Ik weet het niet, ik ben nog nooit in dit deel van de vulkaan geweest. Mijn vader zei altijd dat het gevaarlijk was om hier te komen, omdat het lava zo dicht onder de vloer en bij de muren ligt. Kenji knikte en snapte wel waarom Brendan liever niet had dat zijn dochter hier rond rende. Één verkeerde beweging, een gat in een muur, en ze zouden worden verbrand door lava. ‘Laten we hopen dat er we bijna zijn, zodat we hier weg kunnen,’ reageerde Kenji met een ernstig gezicht, waarop het meisje voor hem knikte. ‘Laten we gaan.’


Sora keek zwijgend naar Mitsuko, niet goed wetend wat ze moest zeggen. Ryan was de eerste die zijn stem hervond. ’S-Sorry?’ stamelde de jongen, waarna hij één van de twee dossiers van tafel gristte. Zijn gezicht verloor een groot deel van zijn kleur en het meisje wist dat het waar was. Articuno en Zpados waren in het bezit van Rocket Inc.. ‘We moeten ze tegenhouden,’ reageerde Sora, waarop Mitsuko knikte. ‘Klopt, maar hoe? We zijn alles behalve in de buurt van Cinnabar Island.’
‘Dan gaan we daar nu meteen heen,’ reageerde Sora en Ryan viel haar bij. ‘Inderdaad! De anderen kunnen die Team Rocket mensen wel naar de politie brengen, daar zijn ze ons niet voor nodig.’ Sora knikte, evenals Mitsuko. ‘Nou kom op, laten we gaan dan!’ De drie renden het kantoor uit, de trap af, en stormden het pad naar de veerboot af. Daar aangekomen hoorden ze de boot ronken; ze hadden hem aan de praat gekregen. ‘Miki!’ riep Sora al van ver naar de boot. De Gymleidster van Celadon kwam naar hen toe gelopen. Haar gezicht stond ernstig. ‘Wat is er aan de hand?’ Haar ogen schoten onderzoekend over de drie tieners heen. ‘We hebben geen tijd om alles uit te leggen, maar we moeten naar Cinnabar, nu,’ sprak Sora op dringende toon. Miki keek even achterom, naar de boot en de vrachtwagen. Het groenharige meisje was de vrouw voor. ‘Ga met Viridi en Sishuri naar het vaste land en breng die misdadigers naar Agent Jenny. Wij gaan naar Cinnabar en helpen daar met de strijd.’

Het had even geduurd (Viridi wilde koste wat het kost mee naar Cinnabar, maar Sora had het meisje weten te overtuigen van het “belang” dat zij op de boot bleef, aangezien zij de enige was die wist hoe je hem moest “besturen”), maar nu waren Sora, Mitsuko en Ryan dan eindelijk onderweg naar Cinnabar. Mitsuko voer op haar Gyarados, Sora op haar Seaking en Ryan, bij het gebrek aan iets dat kon vliegen of zwemmen, zat op de Pidgeot van Mitsuko. Sora haar benen en onderlichaam waren nat van het water, maar daar lette ze amper op. Ze spoorde Winter aan zo snel mogelijk te zwemmen, want ze voelde gewoon dat de tijd begon te dringen. Ze keek opzij, naar Skipper, de grote Gyarados van Mitsuko. Gyarados had ze altijd al enge Pokémon gevonden, met hun grote, geopende mond en woeste blik. Ergens vond ze het echt een Pokémon voor Kenji, alleen hield de jongen niet van Waterpokémon. Jammer. Een Gyarados zou hem erg goed staan. Sora grinnikte even en schudde haar hoofd. Kenji op een Gyarados, dat zou pas angstaanjagend zijn.

Golven klotsten over Sora haar benen terwijl Winter door het water schoot. In eerste instantie hadden ze niet goed geweten welke kant op Cinnabar was, maar toen had Pidgeot vanuit de lucht het eiland gespot en waren ze gelukkig de juiste kant op gevaren. Sora haar ogen waren nu op het eiland in de verte gericht. Zelfs van deze afstand zag ze de drukte op en rond het eiland. ‘Is dat rook?’ vroeg Sora bezorgd, wijzend naar grote, donkere pluimen die vanaf het eiland op leken te stijgen. Ze kneep haar ogen tot spleetjes samen en tuurde in de verte. ‘Daar lijkt het wel op ja,’ hoorde ze Ryan vanuit de lucht roepen en bezorgdheid begon zich meester van haar te maken. Ze waren toch niet te laat hè? Ze mocht hopen van niet. ‘Kom op Winter, sneller!’ spoorde ze haar Seaking aan, welke haar even een arrogante blik toewierp, maar toen toch haar snelheid opvoerde. Ook Skipper ging sneller zwemmen, waardoor de golven die naar Sora en Winter toe kwamen nog groter werden. De Seaking wierp even een vernietigende blik op de Gyarados, maar deze werd daar niet warm of koud van. Tja, een Seaking kon nu eenmaal niet zo angstaanjagend kijken als een Gyarados dat kon.

Kenji
Voorzichtig schuifelde Kenji achter Karin aan door een hele smalle gang. ‘karin, weet je zeker dat we goed gaan?’ vroeg hij terwijl hij zich met moeite door een spleet in de muur wurmde. ‘Nee,’ was het antwoord en de jongen zuchtte. ‘Volgens mij kunnen we beter terug gaan. Het wordt hier alleen maar smaller.’ Het meisje voor hem stopte en draaide zich om. Op haar gezicht was haar bezorgdheid duidelijk te zien. ‘We moeten verder Kenji. We moeten Cinnabar beschermen. Ik weet zeker dat we, als we deze kant op blijven gaan, bij Moltress uitkomen.’ Kenji keek haar even aan, nadenkend, en knikte toen. ‘Oké, laten we gaan dan, want dit is volgens mij niet echt gezond.’ Hij gebaarde naar de dampen die uit verschillende gleuven in de muren en grond kwamen. Karin knikte, draaide zich weer om (waarbij ze Kenji even in het gezicht sloeg met haar haren) en liep toen weer verder. Kenji keek naar Céline, welke hem vanaf de grond met glinsterende ogen en een bezorgde blik aankeek, en knikte naar zijn Jolteon. De Jolteon knikte ook en liep toen voor haar Trainer uit, achter Karin en Akiko aan.

Destiny
De vrouw genoot van de chaos die zich onder haar aan het verspreiden was, maar haar ogen waren gericht op een ander doel; de Cinnabar Vulcano. Terwijl iedereen vocht om zijn Pokémon te beschermen, zou zij het wapen gaan halen dat meteen een einde zou maken aan deze gevechten. Dat ze op weg was naar de vulkaan hield haar echter niet tegen om onderweg wat schoten te lossen op zowel mensen op de grond als in de lucht. Ze grinnikte toen de geluiden van de chaos en de gewonden haar oren binnen drongen, maar week niet af van haar koers. Al gauw had ze de vulkaan bereikt en ze stuurde haar vloot van Draakpokémon (en Golbat) via de top van de vulkaan naar binnen. De warme dampen die van de lava af kwamen vlogen naar haar toe en sloegen in haar gezicht. Pfoe, die lucht moest je niet te lang inademen. Had ze ooit niet ergens gehoord dat zwaveldampen giftig waren? Snel sloeg ze haar hand over haar mond en neus en droeg haar Pokémon op snel naar een opening in de muur af te dalen. Zodra haar Dragonite was geland, sprong ze van haar rug en liep de gang in waar ze zich nu in bevond. Haar Pokémonleger volgde haar, al ging dat niet altijd even soepel. Haar Charizard en Dragonite pasten niet overal even goed tussendoor en de vrouw was op den duur gedwongen de twee terug te laten keren in hun Pokéballs.

Toch wat gehaast daalde Destiny steeds verder de duisternis in. Niet alleen had ze haast vanwege de gevaarlijke zwaveldampen en zengende hitte, ze wilde ook dat dit gedoe eindelijk voorbij was en dat ze de baas was over Kanto. Correctie, Vice-baas, aangezien Night de echte baas zou worden wanneer Team Rocket zou zegevieren. Destiny keek naar links en naar rechts toen ze op een T-splitsing uit kwam. Ze koos de weg naar links, aangezien deze verder naar beneden leidde en ze daar ook heen moest. Yin en Yang gleden door de gang achter haar aan en Golbat vloog voor haar, het pad scannend om te voorkomen dat ze op een doodlopend pad terecht zouden komen. Haar reis volgde gestaag en zonder al te veel problemen. Gelukkig. Hoewel Destiny altijd wel zin had in een goed gevecht, was deze vulkaan nu niet de meest veilige omgeving voor haarzelf om in te gaan strijden. Golbat leidde haar steeds verder naar beneden en net op het moment dat de vrouw haar mond opende om de Pokémon eens flink uit te foeteren, stapte ze een grote, open ruimte binnen. Haar ogen werden groot toen ze de immense ruimte betrad en alles in haar op nam. De ruimte was groot, rond en zeker tien meter hoog. In het midden van de ruimte was een kleine poel lava, met in het midden een soort altaar. Langzaam liep de vrouw naar voren, haar ogen gericht op dat wat zich op het altaar bevond; Moltress.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | wo dec 18, 2013 11:45 am

When the fire burns
Destiny kon haar geluk niet op toen ze de rode vogel zag. Ergens was hij best prachtig, met zijn gele en rode veren en vlammende staart en verentooi, maar ja, het was geen Draakpokémon hè. Langzaam liep de vrouw naar voren. Moltress sliep, met zijn snavel onder zijn vleugel, en Destiny had niet de intentie de Pokémon wakker te maken. In haar rechterhand had ze inmiddels een Rocketball geklemd. Deze Pokéball werkte net als een Masterball; in één keer en zonder falen. Ze had echter maar één bij haar (meer was ze ook niet nodig), maar nu moest ze er wel helemaal zeker zijn dat ze met één worp de Pokémon zou raken en vangen. Het zou wel erg stupide zijn als ze mis gooide en de bal viel in de kokende lava. Haar agenten zouden haar recht in haar gezicht uitlachen en Night zou haar op staande voet dumpen ontslaan. Nee, dat wilde ze niet riskeren. Geluidloos sloop ze voort, haar Pokémon bleven bij de ingang van de grot wachten, alsof ze wisten dat het beter was om daar te blijven. Destiny was nu dichtbij genoeg om met zekerheid te kunnen zeggen dat ze, als ze de bal nu zou gooien, de Pokémon zou raken. Ze richtte zich op, bracht haar arm naar achter, de bal stevig in haar hand geklemd, en wilde net gaan gooien, toen er plotseling een stem te horen was die door de gehele grot echode.

Kenji
Hun weg leek eindeloos, de tijd die ze hier al door hadden gebracht leek al ver weg te zijn. De vraag hoe ver ze nog moesten brandde al een tijdje op zijn lippen, maar hij hield zich in. Deze hele situatie was voor Karin al zwaar genoeg zonder dat hij ook nog eens tegen haar ging lopen zeuren. Het einde van hun tocht bleek opeens sneller in zicht dan gedacht. In de verte leek een grote, ronde opening te verschijnen en zodra ze erdoor stapten, zakten hun monden open. Ze bevonden zich in een gigantische, stenen ruimte en daar in het midden bevond zich een Pokémon waarvan Kenji nooit en te nimmer had gedacht dat hij hem ooit in levende lijve tegen zou komen; Moltress. Als de omstandigheden anders waren geweest dan had Kenji zeker weten een poging gedaan om de legendarische Pokémon te vangen, maar helaas was dit niet het moment om daaraan te denken.

Karin, welke zo-even nog naast hem had gestaan, stapte plotseling naar voren. Kenji had in eerste instantie niet goed door waar ze naar keek (hij werd betoverd door de aanblik van de slapende Moltress), maar toen zag hij opeens de vrouw die langzaam naar de Pokémon toe sloop en plotseling een zwarte Pokéball ophief, duidelijk met de intentie om de Moltress te vangen. ‘Neeeeeee!’ Het was uit Karin haar mond ontsnapt voor Kenji ook maar iets kon doen. De vrouw keek geërgerd opzij, een furieuze, haast dodelijke blik kwam hun kant op. Nog voor ze echter iets anders konden doen, ontwaakte Moltress. De vogel knipperde met zijn ogen en keek de ruimte rond. Bij het zien van de indringers, spreidde de Moltress zijn vleugels en liet een luide roep uit zijn keel en snavel ontsnappen. Kenji bedekte zijn oren, evenals Karin en keek met grote ogen toe hoe de vuurvogel zijn snavel opende om een Flamethrower op de blonde vrouw voor hem af te vuren. Kenji trok Karin naar achteren, terug naar de schaduwen, om te voorkomen dat de Moltress zich op hen zou richten.

De vrouw deed een paar passen achteruit en riep ondertussen haar Pokémon. Moltress liet zijn aanval los, maar de twee Dragonair van de vrouw waren al naar voren gekomen en deden een tegenaanval, namelijk een dubbele Water Pulse. Het water klapte op het vuur en de ruimte vulde zich met stoom en rook. Kenji draaide zijn hoofd weg om te voorkomen dat alles in zijn ogen terecht zou komen, maar keek ook bijna meteen weer, want hij wilde niks van de actie missen. De ruimte was nog altijd gevuld met stoom en rook en eigenlijk viel er maar bar weinig te zien. Gekrijs steeg op uit de rook en plotseling steeg Moltress op vanuit de Rook. Kenji keek, zwaar onder de indruk, naar de vogel. In de lucht zag hij er nog indrukwekkender uit dan op de grond. Moltress liet nog een kreet horen, legde zijn hoofd in zijn nek en opende zijn snavel. Het duurde een paar seconden voordat Kenji precies door had wat de Pokémon wilde doen. Een paar seconden waarin Moltress vuur in zijn snavel verzamelde en toen met veel geweld losliet op het plafond. Kenji had welgeteld twee seconden voor het vuur het plafond zou raken. ‘Kijk uit!’ riep hij, waarbij hij Karin greep en haar terug naar de gang duwde waar ze eerder ook doorheen waren gekomen.

Het vuur van Moltress klapte met veel geweld tegen het plafond en grote stukken steen begonnen naar beneden te vallen. Kenji, Karin en hun Pokémon zochten dekking en hoopten van harte dat hun gang het niet ook zou begeven. De hele vulkaan leek te schudden op zijn grondvesten en Kenji keek onwillekeurig naar het plafond, hopend dat hij geen vloedgolf lava naar beneden zag komen. Ze hadden geluk, of in ieder geval, zo zag Kenji het. Er kwam inderdaad lava door het plafond naar beneden, maar het was niet zoveel dat ze meteen in levensgevaar waren. Het was de jongen echter wel duidelijk dat ze hier weg moesten. Nu. ‘Rennen!’ brulde Kenji, al was dat aardig overbodig geweest; Karin was al een meter verderop. ‘Waar wacht je nog op!’ riep het meisje naar hem, waarop hij even met zijn ogen draaide en toen achter haar aan rende. De weg was nog altijd niet eentje die je in een hoog tempo af kon leggen, maar je zou er versteld van staan wat je allemaal wel niet kon als je werd voortgestuwd door adrenaline en een licht vleugje doodsangst. ‘De muren worden zwakker!’ riep Karin hem toe terwijl ze omhoog renden door de gang. De gang werd, godzijdank, steeds wat breder, waardoor rennen ook steeds beter verliep. Op den duur was de gang zelfs weer groot genoeg voor Arash, waarop Karin de Hondpokémon acuut tevoorschijn haalde en op zijn rug sprong. ‘Kom op!’ riep ze, haar hand naar Kenji uit stekend. De jongen greep Céline om haar middel, pakte Karin haar hand en sprong bij haar achterop. Arash begon meteen met rennen zodra hij zat, en bracht hen in een hoog tempo naar de uitgang.

Destiny
Woede, dat was de enige emotie die nu door Destiny heen stroomde. Vanaf het moment dat er was geschreeuwd, had Destiny haar lichaam zich gevuld met woede en die woede was nu ook haar drijfveer. De vallende stenen deerden haar niet, haar oog was enkel gericht op de Moltress die nu door het dak verdween. ‘O hell no!’ riep de vrouw, waarop ze haar Dragonite en Charizard weer tevoorschijn haalde. Snel sprong ze op de rug van de eerstgenoemde, waarna ze haar team voor ging door het gat in het dak. Wind sloeg in haar gezicht en de zware geur van zwavel boorde zich in haar neus. Ze negeerde het echter, daar haar ogen enkel en alleen maar op één doel waren gericht; Moltress. De punt van diens staart flakkerde enkele meters voor haar neus. In haar hand had ze nog altijd de Rocketball geklemd, maar in deze omstandigheden was de bal gooien niet verstandig. De kans dat ze zou missen en in plaats daarvan een steen zou vangen was erg groot. Moltress ging ondertussen onverstoord verder met zijn reis naar boven en brak nog zeker twee plafonds voor ze door een zijwand van de vulkaan schoot en via de mond de open lucht bereikte. Destiny schoot met haar Pokémon door hetzelfde gat naar buiten en de frisse lucht was een verademing vergeleken met de zwaveldampen in en boven de vulkaan. Moltress vloog luid krijsend en vuur spuwend een rondje rond de vulkaan en zette toen koers naar de rest van het eiland. Destiny bleef even in de lucht zweven, niet goed wetend wat ze moest doen. Het was prachtig om te zien hoe Moltress vernieling voor bracht, maar hij stond nog altijd niet onder haar commando, en dat moest wel gebeuren. ‘Kom op, er achteraan,’ sprak ze met klem tegen haar Pokémon, waarna de groep achter de vuurvogel aan schoot.

Grote en kleine stukken gesteente vielen naar beneden en regenden op haar neer als een soort veredelde hagel, alleen dan vele malen pijnlijker. Dragonite ontweek de stukken vallend gesteende soepeltjes en enkel de kleine stukjes steen raakten Destiny af en toe op haar hoofd of rug. Moltress was snel, veel sneller dan ze had gedacht, en creëerde een steeds groter gat tussen hen beide in. De vogel vloog inmiddels over het eiland en belaagde de mensen en Pokémon op de grond. Destiny haar blik was enkel op de vogel gericht, waardoor ze niet merkte dat ze zelf ook aangevallen werd. Niet door Moltress, nee, die was te druk bezig met andere dingen, maar door twee kleine etters die haar eerder dit uur ook al dwars hadden gezeten. De vrouw keek achterom en dwong Dragonite te draaien. Samen met de rest van haar vliegende leger richtte ze zich op de twee vliegende Pokémon voor haar, met ieder een tiener op hun rug. Ze lachte, hard en bijna angstaanjagend. ‘Dus jullie dachten mij wel even uit te kunnen dagen voor een gevecht?’ riep ze smalend naar het tweetal. Ze grijnsde, breed en onheilspellend. ‘Prima, kom maar op dan. ‘Yin, Yang! Grijp ze!’

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | ma dec 30, 2013 12:04 am

It’s over… Or not?
Naarmate ze het eiland naderden werd het steeds meer duidelijk dat hetgeen Sora had gezien inderdaad rook was. Bezorgdheid vloog door haar binnenste als een heftige storm op open zee. Was die rook van het dorp afkomstig? Nee, het was nog erger, de rook kwam uit de vulkaan. ‘De vulkaan rookt!’ riep Mitsuko en Sora knikte. ‘Ik zie het!’ riep ze terug over het bulderen van de zee heen. De dikke rook steeg op uit de mond van Cinnabar Vulcano en creëerde een dikke, zwarte deken die het eiland langzaam in de schaduwen hulde. De rook was zo dik dat iedere vorm van zonlicht werd geblokkeerd en het hele land somber oogde. ‘Ik dacht dat de vulkaan sliep?’ vroeg Sora zich hardop af terwijl ze het eiland en zijn schaduwen naderden. ‘Nu niet meer dus,’ hoorde ze Ryan schamper opmerken en ze schudde even haar hoofd, haar opmerking inslikkend. Dit was nu niet de tijd voor bijdehand gedrag. Er stonden levens op het spel! Vele levens, van zowel Pokémon als mens. Sora had nog nooit een Pokémon zien sterven (en hoopte dat dit ook nooit voor zou komen), al had ze wel het verhaal gehoord dat Cubone de schedel van zijn overleden moeder zou dragen. Dit klonk, in haar ogen, heel luguber, want ergens zou dat toch moeten betekenen dat Marowak direct na de geboorte van haar kind overleed. Een rilling liep over haar rug en ze schudde snel haar hoofd. Waarom dacht ze hier in hemelsnaam aan? Er waren verdorie wel ernstigere dingen aan de hand dan een eng verhaal over Marowak die maar één kind konden krijgen, zodat hun kind hun schedel kon dragen.

Sora focuste haar blik op het eiland. Het was nu zo dichtbij dat ze het bijna aan kon raken, althans, zo voelde het voor haar. Haar arm was echter nog altijd geen vijf meter lang, dus wat dat betreft kon ze er niet echt bij, maar- Ach, je snapt me wel, toch? Winter overbrugde de laatste paar meters van woeste zee en meerde toen aan bij de oever. Sora sprong van de rug van haar Seaking en liet de Pokémon terugkeren. Ook Mitsuko en Ryan stonden inmiddels op de kant en gedrieën keken ze omhoog, naar de rokende vulkaan waar ze nu onder aan stonden. ‘Is het wel veilig om hier te staan?’ Dacht Mitsuko hardop, waarop Ryan antwoordde: ‘Zolang bij geen lava en stenen uitspuwt zijn we veilig.’ Sora trok haar wenkbrauw op en keek naar Ryan. Waar de jongen dit bijdehande gedrag toch opeens vandaan haalde was haar een raadsel, maar dit was niet het moment om daar over te gaan klagen. ‘Laten we gaan,’ sprak de groenharige enkel, waarna ze begon te rennen. Ryan volgde haar eveneens, maar Mitsuko bleef staan. Sora remde en draaide zich snel om. ‘Kom je?’ riep ze naar haar medegroenharige, maar deze schudde haar hoofd. ‘Ik kan veel meer betekenen in het water!’ riep ze, gebarend naar Skipper, welke nog altijd in het water dobberde. Sora knikte. ‘Oké, veel succes!’
‘Jullie ook!’

Vermillion City
Eren
Veel was er van de hal, waar Eren en Aisha hun gevecht waren begonnen, niet meer over. De balie waar vroeger iedere dag drie medewerkers achter hadden gezeten om telefoontjes aan te nemen en mensen weg te sturen lag in puin door een goed gemikte Thunder (Kasai was het doelwit geweest en had op de balie gestaan) van de Jolteon van Aisha. De rest van de ruimte, de stoelen, banken, snoepautomaten, planten en uiteraard al het glas in de hal was eveneens vakkundig met de grond gelijk gemaakt. Het enige wat nog overeind stond, waren de daders; de twee Eeveelutions en hun Trainers. ‘Je bent beter dan ik dacht,’ gaf Eren met tegenzin toe. Aisha snoof luid. ‘Dat jij, Zinan en Nate het tot onderbevelhebbers hebben geschopt betekend nog niet dat wij Veldagenten niks uitvoeren hoor.’ Hij grijnsde. Aisha had altijd al de ambitie gehad om de rang van Destiny over te nemen, maar het was haar nooit gelukt, in tegenstelling tot Zinan, Nate en hemzelf. ‘Ben je soms jaloers?’ vroeg hij op een gespeelde, onschuldige toon. De vrouw tegenover hem keek hem met vernauwde ogen aan en de man wist zeker dat, als blikken konden doden, hij nu dood was geweest.

Zijn blik gleed naar Kasai. Het was alweer een hele tijd geleden dat hij en zijn Flareon samen zo’n groot gevecht hadden gevoerd. De Flareon had al aardig wat klappen ontvangen, maar stond nog altijd vier overeind, niet van plan op te geven, niet nu er eindelijk weer eens iets spannends gebeurde. De blik van de man gleed naar Jolteon, de Pokémon van Aisha. Deze had ongeveer net zoveel schade opgelopen als zijn Flareon, maar de Elektrische Pokémon stond duidelijk meer te trillen op zijn poten dan Kasai. Hij grijnsde. Dat hij aan de winnende hand was, was voor hem wel duidelijk, maar Aisha had nog een Pokémon in haar bezit, al moest de vrouw toch weten dat Magneton, met zijn staaldeel, niet tegen Flareon en zijn vlammen was opgewassen. Zijn blik ging weer terug naar Kasai, welke hem verwachtingsvol aankeek. ‘Tijd om hier een einde aan te maken,’ sprak hij op zelfverzekerde toon, waarop Kasai naar hem grijnsde. This was going to be fun.

Kenji
De ogen van de jongen werden groot toen hij de Moltres rond zag vliegen boven het eiland. Karin slaakte een hoog gilletje bij het zien van alle verwoesting die op haar thuisland werd aangericht. ‘We moeten de boel blussen!’ riep ze, maar Kenji schudde zijn hoofd. ‘Daar is geen tijd voor! Bovendien heeft dat helemaal geen zin. Zolang die vogel nog in de lucht vliegt, steekt hij toch alles weer in brand.’ Karin kreeg een vastberaden blik op haar gezicht. ‘Dan moeten we die vogel uit de lucht halen.’ Hoe prachtig dit idee ook was, in theorie bleef het gewoon; een legendarische Pokémon uitdagen. Kenji wist niet of het hen zou lukken de vurige vogel uit te schakelen, maar ze zouden het zeker proberen. ‘Ik denk dat het met Akiko en Céline wel moet lukken,’  reageerde de jongen, denkend aan het feit dat vogels niet tegen elektrische aanvallen konden. De rozeharige naast hem knikte en haalde Kaede tevoorschijn. Arash verscheen in een flits in zijn Pokéball en maakte plaats voor Akiko, de Magneton van Karin. Vulcan verscheen ook en Kenji sprong snel op zijn rug, Céline stevig onder zijn arm geklemd. ‘Laten we gaan!’ riep hij, waarna de Fearow zich krachtig afzette van de grond.

Wind suisde voor de zoveelste keer die dag in zijn horen en trok aan zijn haren, de stekels van Céline en de veren van Vulcan. Hij begon er eigenlijk wel gewend aan te raken. Of nee, hij was er eigenlijk al aan gewend, want hij vloog eigenlijk altijd overal heen. Hij was best wel lui, als hij er zo over nadacht. De jongen schudde zijn hoofd en zijn blauwe lokken vielen voor zijn gezicht, waar de wind ze snel weer vandaan haalde. Zijn ogen richtten zich op de destructieve Moltres, maar iets blokkeerde hun pad; de vrouw met haar leger aan Draakpokémon. ‘We moeten eerst die vrouw uitschakelen!’ riep Kenji tegen de wind in naar Karin. Het meisje knikte en zei iets tegen Kaede, welke een luide kreet sloeg en een aanval afvuurde op de vrouw op haar Dragonite. De aanval mistte de vrouw, maar sloeg wel tegen een andere Pokémon aan. ‘We hebben nu in ieder geval haar aandacht,’ mompelde Kenji toen de vrouw zich omdraaide en iets hun kant op riep. De lach die volgde deed zijn nekharen wat overeind staan, maar liet hem ook zijn wenkbrauw optrekken. Deze vrouw spoorde niet, dat was wel duidelijk.

Eren
‘Kasai!’ riep Eren, klaar voor zijn meesterlijke zet die dit gevecht zou gaan eindigen. ‘Doe Dig!’ Kasai begon als een malle te graven en verdween snel onder de grond, maar Aisha was niet van plan het hier te laten eindigen. ‘Jolteon! Doe ook Dig!’ Eren trok zijn wenkbrauwen op. Wat was ze van plan? Een ondergronds gevecht met een Vuur- en een Elektrischepokémon? ‘Je bent gek!’ riep de man haar toe, maar Aisha grijnsde enkel op een gestoorde, enge manier. Ze had te vaak naar Destiny gekeken, dat was duidelijk. De twee Pokémon botsten hard op elkaar onder de grond, waardoor er een soort kleine aardbeving voelbaar was terwijl er een schokgolf door de ruimte ging. Zeg, hoe stabiel waren dit gebouw en de grond waar hij op stond eigenlijk nog? Die vraag werd al snel beantwoord; niet. ‘Kasai!’ riep Eren toen er stukken van het gebouw naar beneden begonnen te vallen. ‘We moeten hier weg!’ Hijgend kwam de Flareon boven de grond, Jolteon, welke uitgeteld was, met zich mee slepend. ‘Ja, heel nobel van je om hem te redden, maar schiet nou op!’ riep de man op een wat gefrustreerde toon. Aisha liet haar Pokémon terugkeren en ging er meteen vandoor, iets wat Eren eigenlijk een hele reeks aan seconden eerder ook al had willen doen.

Hij greep zijn Flareon in zijn kraag en zette het op een lopen. Grote en kleine stukken van het gebouw vielen als een zware regen naar beneden en Eren deed zijn best om zijn hoofd en Kasai te beschermen. De gedachte om Kasai boven zijn hoofd te houden, als een soort zachte, pluizige helm, onderdrukte hij echter. Zijn Pokémon zou nog meer klappen niet overleven. ‘Maak dat je weg komt!’ brulde de man tegen Mark en Ryota zodra hij het gebouw verliet door de opening die ooit de prachtige, glazen voordeur was geweest. Mark keek met grote ogen naar het instortende gebouw en leek te zeer onder de indruk om te kunnen rennen. ‘Vandaag nog Evans!’ brulde Eren en hij duwde de jongen hardhandig voor zich uit. Mark kwam weer bij zinnen, plukte Zoey en Toby in het voorbijgaan van de grond en rende bij het gebouw vandaan. Ryota stond al even verderop en was bezig om mensen uit de straat te evacueren. Iedereen was in paniek en rende alle kanten op. Mensen werden omver geduwd en kinderen werden in het nauw gedreven. ‘Stelletje hersenloze schapen!’ brulde Ryota toen hij de chaos zag. ‘Daar kunnen ze niks aan doen Ryota,’ reageerde Eren. ‘Als mensen in paniek zijn, dan denken ze niet meer aan anderen, alleen maar aan zichzelf.’

Het plein voor het hoofdkwartier van Rocket Inc. stroomde leeg terwijl er steeds meer stukken van het gebouw naar beneden kwamen. Het was wel duidelijk dat Aisha en Eren met hun gevecht de fundering en steunpilaren waar het gebouw op rustte, flink veel schade hadden toegebracht. ‘Als de Gym kapot gaat vermoord Mitsu ons!’ riep Mark terwijl hij naast Eren en Ryota voort rende. ‘Ik denk vooral mij,’ reageerde Eren schamper. Het was immers zijn schuld dat het hoge gebouw achter hen nu aan het instorten was. Nou ja, zijn schuld en die van Aisha, welke er nu overigens vandoor was gegaan. De man klemde zijn kaken op elkaar. Hij zou de vrouw later wel weer opsporen. Nu moest hij ervoor zorgen dat iedereen in veiligheid werd gebracht. ‘Aardbeving!’ riep Mark toen de grond opeens hevig begon te trillen. Eren draaide zich met een ruk om en keek zwaar onder de indruk toe hoe het gebouw van Rocket Inc. met veel geweld in elkaar stortte. Grote stofwolken stegen op van de plekken waar het gebouw in aanraking kwam met de grond en joeg door de straten en stegen. ‘Rennen!’ riep Eren weer toen de stofwolk hun kant op kwam. ‘En bedek je mond, neus en ogen!’


Zo snel als ze konden renden Sora en Ryan over de stenen om de vulkaan heen. Nou ja, rennen, het was meer op hoge snelheid klauteren. ‘Hadden we niet een betere aanmeerplek uit kunnen zoeken?’ klaagde Ryan terwijl hij achter Sora aan klauterde. ‘Nee! Geen tijd voor!’ was het botte antwoord van Sora. Ze was zijn bijdehande gedrag meer dan zat. Bovenop een grote rots bleef ze staan en staarde naar de lucht. De rook uit de vulkaan leek steeds dikker te worden en ze rook ook vuur. Geschreeuw in de lucht was echter wat haar aandacht had getrokken en was dan ook de reden dat ze in eerste instantie was blijven staan om naar de lucht te staren. ‘Wat is er?’ vroeg Ryan, welke op een andere rots was geklommen en haar vragend aankeek. ‘Ik hoorde lawaai vanuit de lucht,’ antwoordde het groenharige meisje, terwijl ze nog altijd de hemel boven haar afspeurde. Toen spotte ze de bron van het geluid. ‘Daar!’ riep ze, wijzend naar een groepje schimmen in de lucht. Ryan tuurde nu ook naar boven en vernauwde zijn ogen tot spleetjes. ‘Wie zijn dat?’
‘Karin en Kenji,’ antwoordde het meisje op vastberaden toon. Hoe ze het wist? Ze voelde het. Daarbij kende ze het tweetal en hun Vogelpokémon goed genoeg om hen zelfs van deze afstand nog te herkennen.

Kenji
De ogen van de jongen versmalden zich toen de vrouw haar twee Dragonair op hen af stuurde. De ene had een normale, blauwe kleur zoals alle andere Dragonair, maar de andere was roze van kleur. ‘Een shiny,’ hoorde hij Karin verbijsterd mompelen. De jongen knikte. Een Dragonair met een andere kleur. Hij hoefde niet aan Karin te vertellen hoe zeldzaam deze Pokémon wel niet was. Naast zeldzaam was hij echter ook sterk, dat was duidelijk te zien. Het duo Dragonair vloog nu tussen hen en de vrouw in en vuurde toen een gezamenlijke Dragon Pulse af. ‘Ontwijk!’ riep Kenji naar Vulcan, welke een scherpe bocht naar links maakte. De Dragonair vuurde nog een Dragon Pulse af en dit keer kon Kenji hem niet ontwijken. ‘Mirror Move!’ riep Kenji, waarop Vulcan krijste en er een soort glazen muur voor hen verscheen. De Dragon Pulse ketste af op de glazen muur en werd direct terug gestuurd naar de eigenaar. Deze ontweek het, maar Vulcan raakte wel de Golbat van de vrouw, welke meteen werd uitgeschakeld. Hij hoorde de vrouw geërgerd iets zeggen terwijl ze de Vleermuispokémon terug trok en haar twee Dragonair weer naar voren stuurde. Dit ging een lang gevecht worden als ze niet snel iets deden. ‘Karin!’ riep Kenji, waarop hij het meisje een veelbetekenende blik toewierp. ‘Wat zij kunnen, kunnen wij ook! Thunder!’ Karin knikte en gebaarde naar Akiko, welke de aanval aan het opladen was. Céline zette haar stekels op en vuurde, tegelijk met Akiko, de aanval af. De twee Dragonair werden geraakt en kregen een fikse klap te verduren. Als ze echter dachten dat ze nu al gewonnen hadden, dan waren ze wel erg naief.

Eren
Zodra de stofwolk wat was gaan liggen, haalde Eren zijn arm voor zijn gezicht vandaan. Hij en Kasai waren bedekt met een dikke laag stof, net als alle anderen om hen heen. Iedereen leek in één klap veertig jaar ouder met al dat grijze haar en hun grauwe kleren. Snel schudde Eren zijn hoofd, waar het stof als een stortregen uit tevoorschijn kwam. Ook Kasai, Toby, Zoey en Kikaru schudden het stof uit hun vachten weg. Eren keek naar de plek waar ooit het gebouw, waar hij jaren lang had gewerkt, had gestaan. Er was niets meer van over. Langzaam liep de man naar de puinzooi toe en bleef voor de berg staan. ‘Ik hoop dat er niemand meer binnen was,’ merkte Mark, welke naast hem kwam staan, op. Eren knikte. ‘Dat hoop ik ook.’ Hij had echter het vermoeden dat het gebouw, bij het starten van zijn gevecht met Aisha, al was geëvacueerd. Langzaam en voorzichtig begon de vrouw de resten van het gebouw te doorzoeken, op zoek naar eventuele slachtoffers die toch nog in het gebouw aanwezig waren geweest. Ze vonden er een paar, zwaar gehavend, maar nog altijd levend, tussen een berg houten balken en gebroken gipsplaten. Ryota en Mark haalden de mensen uit het puin en brachten ze naar het Pokémoncenter. Eren keek toe met een trieste blik in zijn ogen. Hij voelde zich ergens wel schuldig dat hij deze ramp had veroorzaakt, maar het was onvermijdelijk geweest. Toch?

‘Kasai.’ Begon de man, maar toen hij naar de grond naast hem keek, was zijn Flareon daar niet. ‘Kasai?’ sprak de man weer, nu op een vragende toon. Zoekend keek hij in het rond. Waar hing die Flareon nou weer uit? Hij vond de Pokémon, of liever gezegd het puntje van diens staart, even verderop in de berg met puin. ‘Kasai, wat doe je? Wat vreet je daar uit?’ wilde de man weten zodra hij zijn Pokémon had bereikt. De Pokémon blafte een antwoord dat zwaar werd gedempt door het puin waar hij met zijn kop onder aan het rondsnuffelen was. De staart van de Flareon zwiepte opgewonden heen en weer terwijl hij naar iets leek te graven. ‘Kasai,’ begon de man ongeduldig, maar toen krabbelde de Flareon achteruit. Zijn kop kwam uit het puin tevoorschijn en zijn stralende oogjes keken hem aan terwijl hij iets in zijn bek leek te hebben. Eren keek verbaasd naar de Flareon,  pakte het voorwerp aan en keek er verbaasd naar terwijl Kasai hem super trots aankeek. Nieuwsgierig bestudeerde Eren het voorwerp dat de Flareon met zoveel moeite had opgegraven. Het was rond, had dezelfde grote als een gewone Pokéball en was roze en paars van kleur. Op de voorkant stond een mooie, witte M en het drong langzaam tot de man door wat hij in zijn handen had. Een Masterball.


Sora hield haar blik op haar twee vliegende vrienden gericht. Zouden ze het redden met z’n tweeën, of moest ze hen helpen? Ze keek even toen en schudde toen haar hoofd. Nee, die twee zouden het wel redden zonder haar. ‘Sora, kom op!’ Ryans ongeduldige stem bereikte haar gehoor en ze draaide zich naar de jongen om. Ryan was al verder gelopen en had Criana, Gabe en Tala al tevoorschijn gehaald. Het meisje knikte en volgde de jongen snel, of in ieder geval, zo snel als ze kon in dit landschap. Na een paar meter besloot ze Autumn tevoorschijn te haalden. Snel sprong ze op de rug van de Rapisash, welke soepel van steen naar steen begon te springen zodra ze goed zat. Ryan besloot dat het gemakkelijker was als hij op Gabe zijn rug ging zitten en zo kwam ook hij sneller vooruit. Al gauw lieten Sora en Autumn het hobbelige landschap achter hen en bereikten ze een weg die hen vanaf de vulkaan naar de stad leidde. Of naar dat wat er nog van over was. De stad was een complete ravage; overal was vuur en puin en renden mensen gillend rond. Sora werd er droevig van toen ze het zag. ‘We moeten het vuur blussen!’ riep ze naar Ryan, maar terwijl ze dat zei, vloog Moltres net weer langs en zorgde voor nog meer vlammen. ‘Die vogel moeten we eerst uit de lucht schieten!’ riep Ryan terug. Daar was ze het mee eens en dus haalde ze Sun tevoorschijn. ‘Sun, probeer Moltres te raken met je Thunder!’ riep ze, waarop de Raichu de aanval oplaadde en los liet.

Bliksem en donder schoot door de lucht en Moltres liet een verontwaardigde kreet horen toen Sun hem op een veer na miste. ‘Shit,’ mompelde Sora toen de Vuurpokémon meteen antwoordde met een krachtige vuuraanval. ‘Ontwijk, ONTWIJK!’ riep Sora half in paniek, waarna ze Autumn aanspoorde om er in volle galop vandoor te gaan. Sun nam ook meteen de benen en samen renden ze er vandoor. Moltres was duidelijk razend en volgde hen in de lucht. ‘Sun, beter raak je hem dit keer!’ riep Sora naar haar Raichu, welke stopte met rennen en rap haar Thunder nog een keer afvuurde. Dit keer was het raak, maar afgezien van een fikse tik, bracht het alleen maar meer woede met zich mee. Een hele stroom scheldwoorden vloog uit Sora haar mond. Woorden die ze normaal gesproken nooit zou gebruiken, maar nu toch echt in ging zetten. Ze liet Sun terugkeren en stuurde Autumn als door een slalom door het dorp, in de richting van de haven. Hopelijk waren daar mensen die haar wél konden helpen.

Als een ware kapitein stond Mitsu voor op haar boot. De reis naar Cinnabar was spoedig verlopen, ook al waren ze onderweg eventjes aangevallen. Cynthia en Kenji waren dit echter gaan regelen en dus had Mitsu met haar vloot verder kunnen varen. Inmiddels waren ze aangekomen in de haven en was iedereen begonnen met het bevechten van de indringers. Mitsu had een aantal mensen ook opgedragen de schepen van Team Rocket tot zinken te brengen, al wist ze nog niet goed hoe ze dat moesten gaan doen. Ach, daar zouden ze zelf vast ook wel uit komen. Toch? Ze wierp een blik op haar Pokémon. Zij en haar team waren als enige nog op de boot, maar dat zou niet lang meer duren. ‘Oké jongens! Het is tijd voor een echt gevecht! Geen slappen uitdagers meer, maar echte tegenstanders! Het is van het grootste belang dat-‘ Een luide krijs, gegil en ontploffingen onderbraken haar speech aan haar Pokémon. ‘Wat krijgen we-‘, mopperde de vrouw geërgerd en dus draaide ze zich om naar de wal. Haar mond zakte open toen ze opeens een grote, vurige vogel in de lucht zag, een Pokémon waarover ze alleen in mythes over had gehoord; Moltress. ‘Geintje zeker,’ reageerde de vrouw toen ze de vogel zag, maar de schade die het beest aanrichtte was alles behalve een grap. ‘Tijd om een vogel uit de lucht te schieten!’ brulde Mitsu, wijzend naar Moltress, welke het nu op een trainster en haar Raichu had voorzien welke op weg was naar de haven. ‘Snel, nu!’ riep de vrouw naar haar Pokémon, waarna ze over de reling sprong en op de steiger naast haar schip landde. Haar Pokémon volgden haar één voor één. Iedereen leek veilig op de steiger te landen en Mitsu was al bijna aan land toen de steiger opeens kapot ging. Met een ruk draaide de vrouw zich om; Takuto was door de steiger heen gezakt.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | ma dec 30, 2013 1:40 am

A new hero is born
Eren
‘Wat heb je daar?’ De nieuwsgierige stem van Mark klonk vlak naast hem en hoewel Eren normaal nooit zo’n schrikker was, schrok hij nu toch. Zijn vingers omsloten zich stevig om de Masterball terwijl zijn ogen zich op Mark richtten. ‘Het antwoord op ons probleem. Kom op, we moeten naar CInnabar.’ Mark knikte, maar Ryota hield hen tegen. ‘Hoe moet het dan met de gewonde en geschrokken mensen?’
‘Zorg jij voor hen, dan gaan wij naar Cinnabar,’ reageerde Eren. Ryota opende zijn mond, duidelijk om te protesteren, maar Eren kapte hem af door zijn hand op te steken. ‘Ryota, echt, hier hebben we geen tijd voor! Deze Masterball moet naar Cinnabar, voor het te laat is!’ De man tegenover hem sloot zijn mond en knikte. ‘Goed, gaan jullie maar, ik zorg hier wel voor de gewonden.’ Eren knikte dankbaar, wenkte Mark en Kasai en rende in de richting van de haven. ‘Eren!’ riep Mark, maar de blonde man rende gewoon door. ‘EREN!’ brulde Mark, harder dit keer. ‘WAT!’ snauwde de man boos tegen de jongen terwijl hij zich met een ruk omdraaide. Mark had niet door dat hij plotseling stil stond en rende vol tegen hem op. Mark viel ietwat lomp op de grond en keek hem, met een ietwat pijnlijk gezicht, aan vanaf de grond. ‘Wat?’ vroeg de man, nu iets milder. Mark kwam overeind van de grond en wreef over zijn pijnlijke ellenboog. ‘Ik vroeg me af, hoe wilde je op Cinnabar komen?’ De blonde man opende zijn mond, sloot die toen weer en opende hem vervolgens nog een keer. ‘Heb jij geen boot dan?’ Mark trok sarcastisch zijn wenkbrauw op. ‘Zie ik eruit alsof ik een boot heb?’
‘Cynthia heeft je geadopteerd.’
‘En dus heb ik een boot? Ze leert me zwemmen en surfen op mijn Pokémon. Geen boot nodig dus.’
Eren slaakte een zucht en draaide zich weer om, in de richting van de haven. ‘Dan moeten we er eentje kapen.’

In de haven waren genoeg boten aanwezig, maar eentje meenemen zonder opgepakt te worden was een ander verhaal. Eren had nu echter geen tijd om daar bij stil te staan en sprong in de eerste de beste speedboot die hij tegen kwam. Mark, Kasai en Toby sprongen ook aan boord en de jongen maakte de touwen los. ‘Weet je hoe je moet sturen in zo’n ding?’ vroeg de bruinharige terwijl Eren de motor startte. ‘Nee,’ antwoordde deze, waarop hij de speedboot in z’n vooruit zette en bij de steiger vandaan sjeesde. De boot schoot naar voren, maar kwam toen met een gigantische schok tot stilstand. Eren klapte voorover met het stuur in zijn maag en zijn neus bijna gebroken door de voorruit van de boot. ‘Wat-‘, gromde de man en hij draaide zich met een ruk om; Mark was vergeten een touw los te maken. ‘Mark!’ brulde de man. Jemig, hij was nu echt zijn geduld aan het verliezen. ‘Sorry!’ piepte de jongen terwijl Toby en Kasai snel het touw door beten. De boot, welke nog altijd in de versnelling stond, schoot naar voren zodra het touw knapte en los liet. Eren, totaal niet in balans, verloor zijn evenwicht en viel achterover, bijna uit de boot. Grommend krabbelde de man overeind, kroop naar voren en greep het stuur, om vervolgens de speedboot net op tijd naar rechts te sturen; ze hadden bijna een gigantisch schip geramd. ‘Help me herinneren dat, als we dit overleven, ik NOOIT meer met jou in een boot stap!’ brulde Mark naar hem toe, maar Eren negeerde hem. Ze moesten naar Cinnabar, en wel nu.


Sora haar hart bonsde in haar keel terwijl Autumn zo snel mogelijk naar de haven rende. Moltress zat hen nog altijd op de hielen en leek niet van plan hen met rust te laten. ‘Laat iemand ons alsjeblieft helpen,’ fluisterde Sora paniekerig en hees, waarop Autumn probeerde nog sneller te gaan. De haven was inmiddels in zicht en Sora keek naar een boot waar heel groot het embleem van de Vermillion Gym op stond, met daaronder in sierlijke letters “De Hotakatemaran”. Even keek het meisje er met een scheef gezicht naar, niet goed begrijpend wat een Hotakatemaran precies was, maar toen kreeg ze opeens een persoon in beeld. Een rennend persoon met een hele groep gele Pokémon; Mitsu Hotaka. Ergens in haar hoofd begon een lampje te branden en ze keek nogmaals naar de naam van de boot. Hotakatemaran. Hotaka. Katemaran. Wat. Het meisje schudde haar hoofd en hield haar Pokémon in zodra ze Mitsu had bereikt. ‘Perfecte timing,’ glimlachte de groenharige en ze richtte haar blik op Moltress. Mitsu grinnikte enkel en wees op hun doelwit, waarna alle zes haar Elektrische Pokémon het “vuur” openden op de vliegende Vuurpokémon. De gecombineerde Thunders en Thunder Bolts gaven een flinke klapper en Moltress had het zwaar te verduren. De vogel stortte al krijsend neer op de grond en even dat Sora dat het voorbij was.

Ze wilde Mitsu al bedanken voor de redding en feliciteren met de overwinning, maar toen stond Moltress weer op. Zijn vleugels waren gekreukt, maar hoewel hij niet echt meer kon vliegen, was hij op de grond net zo dodelijk als in de lucht. Moltress opende het vuur en iedereen dook aan de kant. Het vuur mistte hen, maar zette wel een aantal boten en het schip van Mitsu in brand. ‘MIJN BOOT!’ brulde Mitsu, duidelijk woedend om het verlies van haar vaartuig. ‘Grijp hem jongens!’ riep ze, met een trillende vinger wijzend op de Moltress. Taka en Hikari schoten als eerste naar voren, maar moesten al gauw uitwijken voor een nieuwe vuuraanval. ‘We moeten ervoor zorgen dat hij stopt met al dat vuur!’ riep Sora naar de Gymleidster voor haar. ‘Zo blijft er niks van Cinnabar over!’ Het meisje keek om haar heen, naar de brandende schepen in de zee en de brandende huizen op het land. Van het eiland was eigenlijk al bijna niks meer over. Droevigheid spoelde opeens over haar heen als een vloedgolf en maakte haar hart koud. Was dit alles het werk van één gestoorde organisatie en één Pokémon? Het was toch te vreselijk voor woorden dat dit soort dingen überhaupt mogelijk waren in dit land? Ze moesten iets doen, iets om Moltress te stoppen en Rocket Inc. voor eens en voor altijd op te doeken.

De boot schoot over het water, sneed erdoor als een mes door warme boter en stuiterde over de golven heen. Het was dat Eren het stuur vast had, anders zou hij iedere keer vast en zeker drie a vier meter boven de boot uit stuiteren. Hoe zat het eigenlijk met Mark, Toby en Kasai? Die waren toch nog wel aan boord? Snel wierp de man even een blik over zijn schouder, om tot zijn opluchting te zien dat de twee Pokémon en de jongen nog aan boord waren. Mooi, dat scheelde weer een zoektocht op zee. Cinnabar was al in zicht en leek nog het meest op een brandende hoop hout in een haardvuur. Mark kwam naast hem staan en keek met grote ogen naar het brandende eiland. ‘We zijn toch niet te laat hè,’ reageerde de jongen bijna ademloos. ‘Nee,’ reageerde Eren vastberaden. Hij weigerde te geloven dat ze te laat waren. Hij liet de boot nog harder varen en stuiterde nu nog harder over de golven heen. ‘Waterpiraat!’ riep Mark, welke achterover terug viel op de bank waar hij net had gezeten. Eren grijnsde enkel. Hoewel dit helemaal niet het moment was, genoot hij er toch een beetje van, dit varen.

Het eiland kwam rap dichterbij en daardoor was ook steeds beter te zien wat er aan de hand was. Met grote ogen keek de man naar de ravage die van dichterbij nog meer indruk op hem maakte dan van ver af. ‘Is dat… Moltress?’ Mark kwam naast hem staan en keek vol ongeloof naar de grote vogel die net nog boven de grond vloog, maar nu uit de lucht was gehaald. De man slikte, knikte en bedacht zich toen dat Mark dit niet kon zien. ‘Ja. Ja, dat is Moltress.’ Zijn stem klonk stijf. Het deed hem zeer de vogel te zien, vooral omdat hij wist dat dit eraan zat te komen. Waarom had hij iedereen niet eerder gewaarschuwd? Ja, hij had genoeg andere dingen aan zijn hoofd gehad zoals Cynthia ervan overtuigen dat hij toch echt bij haar hoorde en niet bij Team Rocket, maar dit ding, dit punt was zo ontzettend belangrijk! Hij zou het zichzelf nooit vergeven als Motress het einde zou betekenen van vele levens en dat hij dit dan op zijn geweten zou hebben, puur omdat hij het “even” was vergeten te melden.

De boot meerde aan in de haven en Eren was de boot al uit voor deze goed en wel stil lag. Kasai, Toby en Mark volgden hem op de voet en de man rende naar voren, naar het gevecht met Moltress, dat nu op de grond verder ging. Onderweg haalde hij de Masterball uit zijn zak, klaar om de bal te gooien. Hij moest echter wel opletten dat hij het in één keer goed deed, want als hij miste en de bal ging stuk, dan hadden ze een groot probleem, want dit was het enige exemplaar van de Pokéball die nooit miste. Verder geen grote druk dus. ‘Mitsu, kijk uit!’ riep de man, waarop hij de vrouw aan de kant duwde, weg van het punt waar Moltess net op had gemikt. ‘Kun je hem verlammen? Dan kan ik hem vangen!' riep Eren naar de vrouw welke hem verbaasd aankeek. ‘Je wilt dat beest vángen!?’ riep ze hem toe, haar stem vol ongeloof. ‘Ja, hiermee!’ riep Eren, terwijl hij de Masterball omhoog hield. ‘Dan kan hij het eiland ook niet verder vernielen.’ Even leek de vrouw nog iets te willen zeggen, wellicht een weerwoord, maar toen richtte ze zich op haar vijf pokémon. ‘Oké jongens, Thunder Wave!’ De zes Elektrische Pokémon van Mitsu stapten naar voren en vuurden allemaal tegelijk hun verlammende aanval op Moltress af. De Vuurpokémon probeerde de aanvallen te ontwijken door een poging te doen weer te gaan vliegen, maar werd toen toch geraakt. Eren wachtte geen moment langer en gooide de bal zodra Moltress de grond raakte.


Alsof hij uit de lucht was komen vallen verscheen opeens Eren ten tonele. Vol verbazing keek Sora naar Kenji zijn soortvanstiefvader. Waar kwam die nou weer vandaan? De man riep naar Mitsu dat hij Moltress wilde vangen. Sora keek de man vol ongeloof aan. Er was een ramp gaande en hij dacht aan het vangen van een legendarische Pokémon!? Langzaam drong het echter tot Sora door dat, als de Pokémon was gevangen, hij ook niks meer kon vernielen. ‘Doe je best!’ riep het meisje de man toe, al vroeg ze zich af of een Moltress wel zo gemakkelijk te vangen was. Mitsu leek er echter wel vertrouwen in te hebben en liet haar Pokémon Moltress, welke nog een ontsnappingspoging deed, verlammen. Vervolgens gooide Eren een Pokéball die Sora nog nooit had gezien; een paars met roze bal. Even vroeg ze zich af wat een man als Eren in hemelsnaam met een paars-roze gekleurde Pokébll moest, maar dit vergat ze toen ze zag dat Moltress in een rode flits in de bal verdween. De bal viel op de grond en iedereen keek met ingehouden adem toe hoe de bal een paar keer heen en weer wiebelde op de grond en toen stil bleef liggen. Het witte lampje doofde en alles werd stil. ‘Het is gelukt!’ riep Sora vol verwondering en geluk. Eren stapte snel naar voren en griste de bal van de grond. Hij keek er even naar en stopte hem toen in de zak van zijn jas. ‘Zo, en nu Team Rocket nog,’ sprak de man.

Kenji
Het gevecht met de vrouw was heftig. Niet alleen was zij qua aantal Pokémon in het voordeel, die van haar waren duidelijk ook nog veel beter getraind dan Karin en Kenji hadden gedaan bij hun Pokémon. ‘Kenji, ik geef het niet graag toe,’ reageerde Karin lichtjes hijgend, ‘Maar ik denk dat we hulp nodig zijn.’ De jongen knikte, zijn mond was één strakke lijn. Hij gaf het niet graag toe, maar ze waren inderdaad hulp nodig. Die hulp kwam echter sneller dan verwacht en ook nog eens uit zeer onverwachte hoek. Een voor Kenji zeer onbekende Magneton verscheen opeens ten tonele en vuurde een aantal aanvallen af, waar Karin meteen op inhaakte. Ook Kenji stuurde Céline naar voren met een aanval, maar moest zijn Jolteon snel weer opvangen, daar zij geen vleugels had om mee te vliegen. De vrouw op haar Dragonite moest nu haar aandacht verdelen, omdat ze nu van twee kanten werd aangevallen. Kenji kreeg een idee, seinde naar Karin dat ze daar moest blijven en schoot naar links, zodat de vrouw nu van drie kanten werd aangevallen. Al met al was het gevecht zwaar en het zag er niet echt naar uit dat ze gingen winnen, tot er opeens stemmen klonken vanaf de grond. Iedereen keek naar beneden en Kenji keek verbaasd toe hoe Mitsu, Brendon, Mamuro en Kean en Kane beneden op de grond stonden, als een soort leger van Gymleiders. ‘Geef het op Destiny! Team Rocket heeft verloren!’ blafte Brendon naar de vrouw op de Dragonite. Deze stootte een harde lach uit. ‘Laat me niet lachen! Wij verliezen niet!’
‘O nee? Waar is je leger dan? Je machtige wapen?’ riep Mitsu op spottende toon terug. Kenji keek langs de vrouw, naar het dorp. Alle vuren waren geblust en Kenji kon zien hoe Waterpokémon bezig waren de laatste smeulende resten de blussen. Alle leden van Team Rocket zaten in groepjes op de grond, hun armen en voeten vastgebonden en bewaakt door woedend kijkende mensen en Pokémon.

Kenji kon een grijns niet onderdrukken, maar het geluid van Destiny produceerde, klonk meer als een grom dan als een grinnikt. ‘Wij geven nooit op, nooit! Team Rocket verliest niet!’ riep de vrouw, waarop ze haar Dragonite naar voren stuurde en over het eiland, in de richting van de haven schoot. Kenji trok zijn wenkbrauw op. ‘Nou, dit lijkt me toch verdacht wil op opgeven en wegrennen,’ reageerde de jongen schamper. Karin wierp hem een vreemde blik toe, schudde haar hoofd en stoof toen met Kaede achter Destiny aan. Kenji volgde haar voorbeeld en vloog ook naar voren. De groep schoot in volle vaart over het eiland, over de haven en toen over de zee. Waar de vrouw precies naartoe ging wist Kenji niet, maar toen zag hij opeens zijn moeder. Ze was nog altijd in gevecht met de witharige man, welke inmiddels ook een derde Pokémon, een Persian, bij zich had. ‘Zinan! Change of plans!’ blafte de vrouw naar de man, waarna ze hem voorbij stoof. De man, Zinan genaamd, wierp een vuile blik op Cynthia, Karin en Kenji, greep zijn Persian om haar middel en sprong op de kop van zijn Gyarados. ‘Laat ze niet ontsnappen!’ brulde Kenji, geheel onnodig, tegen zijn moeder, welke meteen in de achtervolging ging met haar leger aan Waterpokémon, maar nog voor ze verder konden, werd hun pad geblokkeerd door Dragon Rage. Hoge golven, storm en bliksem maakten hen de achtervolging moeilijk en toen ze er aan voorbij waren, was er geen spoor meer van Destiny en Zinan.


Sora kon niet geloven dat het voorbij was. Met Winter in haar armen stond ze de vuurtjes in het dorp van Cinnabar Island te blussen, maar het was nog niet helemaal tot haar door gedrongen dat ze hadden gewonnen. Plotseling scheerde er iets door de lucht, over haar heen. Haar blik schoot omhoog, maar het was haar al voorbij en dus draaide ze zich om, om te zien wat het was. Even vreesde ze dat Moltress was ontsnapt, maar het bleken Karin en Kenji te zijn, in achtervolging op hun eerdere tegenstander. Wat was hier aan de hand? Mitsu, Mamuro en Kane kwamen aangerend en bleven naast haar staan. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Sora verbaasd. Ze keek vragend naar de Gymleiders. ‘Ze is ontsnapt,’ verklaarde Kane, gebarend naar een storm op zee. ‘En zo te zien hebben Karin en Kenji haar ook niet te pakken kunnen krijgen.’ De man schudde zijn hoofd. ‘Jammer, heel jammer.’ Mitsu haalde haar schouders op. ‘Niet zo somber Kane. We hebben Cinnabar gered en Team Rocket verslagen. Kanto is weer veilig.’ De man knikte, maar Sora begreep zijn bezorgdheid. Met die vrouw nog op vrije voeten, zou Kanto dan ooit echt veilig zijn? Ze zette deze gedachte echter van zich af toen ze Karin en Kenji terug zag keren. Vulcan en Kaede streken neer op de grond en Sora begroette glimlachend haar vrienden. Karin kwam op hen af gerend, maar rende haar voorbij, om haar vader te omhelzen welke, ondersteund door Kean, net aan kwam lopen. Vervolgens kreeg ook Sora een knuffel. ‘Alles goed met jou?’ vroeg het rozeharige meisje, waarop de groenharige knikte. ‘Ja, en met jullie?’ Ze keek vragend van Karin naar Kenji. De jongen knikte. ‘Ze zijn alleen wel ontsnapt,’ verklaarde hij, meer gericht op de Gymleiders dan Sora. ‘Dat geeft niet. Ze zijn ontsnapt, maar wel weggevlucht van Kanto. Ik zal morgen de politie in Johto even waarschuwen.’ Sora knikte. Ja, het zou vervelend zijn als ze daar hetzelfde weer zouden proberen.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Jennifer Lockheart
District 1
avatar

PROFIELAantal berichten : 1465
Registratiedatum : 29-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: Trainer en begeleider District 1
Leeftijd: 33

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience | ma dec 30, 2013 2:19 am

Time to rebuild
Met veel gezucht en gepuf sleepte Sora met een stapel zware planken door de straten van het dorp op Cinnabar. Het was nu drie dagen na de aanval en iedereen was volop bezig met het heropbouwen van het dorp. Iedereen had aangeboden de blijven om te helpen, zo ook Sora en Kenji. Sora had al haar Pokémon (afgezien van Winter, want die kon niks op het land) ingezet om te helpen met de wederopbouw. ‘Lukt het een beetje?’ Cynthia keek haar vriendelijk glimlachend aan en Sora glimlachte terug. ‘Ja hoor, het gaat wel.’ Ze gaf de planken door aan Mark, welke de planken één voor één aan Vincent gaf, welke op het dak bezit was gaten te dichten. ‘Mooizo. Ik ben blij om te zien dat iedereen zich zo inzet om elkaar te helpen.’ Het meisje knikte en keek in het rond. Iedereen die mee had gevochten hield om de schade te herstellen. Velen waren in hun eigen dorp of stad begonnen, maar aangezien hier de schade het grootst was, afgezien van Vermillion dan, waren hier de meeste helpende handen bezig. ‘Waar zijn Kenji en Eren eigenlijk?’ vroeg de groenharige nieuwsgierig. Ze had het tweetal vandaag nog niet gezien. ‘Die zijn in de vulkaan,’ verklaarde Cynthia, ‘Moltress terug brengen.’ Even keek het meisje benauwd. ‘Is dat wel een goed idee?’ Cynthia grinnikte. ‘Dat is een beter idee dan de Pokémon houden. Moltress is één van die Pokémon die niet gevangen hoort te zijn, maar vrij rond moet vliegen, hoe destructief hij ook is. Hij maakt deel uit van de balans in deze wereld.’ Even zweeg de groenharige, maar knikte toe. ‘Ja, daar heb je gelijk in.’

Het was raar om hier weer te lopen, zo kort na de aanval op Cinnabar, maar Kenji had geweigerd Eren alleen te laten gaan om Moltress terug te brengen. De man mocht dan wel oud en wijs genoeg zijn om dit soort dingen alleen te doen, hij wist de weg niet naar Moltress zijn “huis”. Daarbij moest er eerst het één en ander gerepareerd worden voor Moltress terug kon. Met Céline voorop en Kasai op zijn hielen daalde Kenji voor de tweede keer in een paar dagen tijd de smalle hellingen af in de vulkaan, op weg naar Moltress zijn schuilplaats. ‘Wil je hem echt niet houden?’ grinnikte de jongen over zijn schouder naar zijn stiefvader. Deze grijnsde terug. ‘Nee Kenji, echt niet. Daarbij, ik denk niet dat je moeder het goed zou vinden als ik hem wél zou houden.’ Kenji schudde zijn hoofd. ‘Tsss, nog niet eens getrouwd en nu al onder de plak? Slecht hoor.’ Hij grinnikte wederom en ontweek een kiezel die naar hem werd gegooid. Twee dagen geleden had Eren eindelijk de stap durven zetten om zijn moeder ten huwelijk te vragen, na vijf jaar daten. Voor Kenji was hij altijd al een soort vader geweest, maar over een paard weken zou Eren officieel zijn siefvader zijn. Het was een raar idee, hij had nog nooit een vader gehad en deze man was ook nog eens de broer van zijn echte vader. Het kon raar lopen in het leven.

De afdaling naar het hol van Moltress duurde ruim een half uur, maar uiteindelijk bereikten ze dan de aardig vernielde ruimte. ‘Hmmm, mooi is anders,’ reageerde Eren sarcastisch. Kenji keek hem even met opgetrokken wenkbrauw aan, maar grinnikte toen. Hij haalde de Pokéball van Rampage tevoorschijn, waarop hij de Rhydon de gevallen rotsblokken liet opruimen. Samen met Eren staarde hij naar het gat in het plafond. ‘Kunnen we dat gat dichten denk je?’ vroeg de jongen, waarop Eren zijn schouders ophaalde. ‘Als jij een hele grote steen hebt die over die opening past, dan ja.’ Kenji keek naar Rampage, welke naar hem toe kwam gelopen; hij was klaar met het weghalen van de gevallen rotsen. Goed, we moeten dus naar boven en kijken of we daar een grote rotsplaat kunnen vinden,’ verklaarde de Pokémon, waarop de Rhyhorn knikte en naar boven begon te klimmen. ‘Dat doet ie nog best soepel,’ merkte Eren op en ook Kenji keek vol verwondering toe. ‘Ja, ja inderdaad. Ik hoop alleen dat hij niet naar beneden valt. Nog een aardbeving overleefd deze ruimte niet.’ De twee heren keken toe hoe Rampage boven rond liep, verscheen en verdween en toen opeens een grote rotsplaat over de opening begon te schuiven. ‘En hoe komt hij straks weer beneden?’ vroeg Eren, waarop Kenji even zijn mond opende, maar niks wist te zeggen. ‘Goeie vraag, geen idee.’

Binnen een paar minuten was het gat afgedicht en was Rampage uit het zicht verdwenen. Kenji hoopte maar dat zijn Pokémon zo slim was om een veilige manier naar beneden te vinden. ‘Goed, dan wordt het nu tijd om deze jongen thuis te verwelkomen,’ reageerde Eren. In zijn hand hield hij de Masterball waarin hij Moltress had gevangen. ‘Als je een Pokémon vrijlaat, dan vernietigd de Pokéball zichzelf, toch?’ Eren knikte. ‘Maar, dan is de Masterball weg.’
‘Dat klopt.’
‘Dat is toch jammer!’
‘Maar wel beter woord de wereld.’
‘Pffff.’ “Screw the world,” lag op het puntje van zijn tong, maar Kenji slikte de woorden in. Dit was niet het moment voor dat soort opmerkingen. Eren gooide de Pokéball van Moltress omhoog en in een flits verscheen de prachtige Vuurpokémon. Moltress leek even in de war, maar herkende toen zijn huis. De vogel vouwde zijn vleugels en keek afwachtend naar Eren, welke de Masterball op de grond legde en een stap achteruit deed. ‘Moltress, ik laat je gaan. Je bent nu thuis en hebt niks meer te vrezen.’ Moltress keek hem nog altijd strak aan terwijl de Masterball met een zachte “poef” tot stof verging. De vogel verroerde zich niet, maar sloeg toen zijn vleugels open en krijste even luid. Kenji zette zich schrap, evenals Kasai, Eren en Céline, maar er gebeurde niets. Moltress vouwde zijn vleugels weer, draaide zich om en liep naar het plateau waar hij bij hun eerste ontmoeting ook had gezeten. Hij was thuis.


Sora keek glimlachend toe toen ze in de verte Eren en Kenji aan zag komen. De twee hadden duidelijk een goede band, iets wat het meisje heel fijn vond om te zien. Eren liet Kenji bij haar achter en ging op zoek naar Cynthia, waarop Sora en Kenji op zoek gingen naar Karin. Ze vonden het meisje in de haven, op de oever, starend over de zee. ‘Karin!’ riep Sora toen ze aan kwamen lopen. Sun en Céline renden voor hen uit en begroetten Arash enthousiast. Karin stond naast hem, haar hand rustend op de schouder van haar Arcanine. ‘Hey! Hoe gaat het met jullie?’ Sora omhelsde haar vriendin en antwoorde: ‘Ja goed! En met jou?’ De rozeharige knikte. ‘Ja, alweer een stuk beter.’ Ze richtte haar blik weer op de zee. Sora en Kenji gingen naast haar staan en staarde ook uit over de zee. ‘Het is wel raar hè,’ reageerde de eerstgenoemde. ‘Het is nog maar een paar dagen geleden dat het hier totale chaos was, maar het lijkt nu al maanden geleden.’
‘Ja, inderdaad,’ reageerde Karin, waarop ze even grinnikte. ‘Dus, wanneer is ons volgende avontuur?’
‘Ha!’ Kenji lachte schamper. ‘Hopelijk pas over een paar jaar. Ik heb voorlopig wel genoeg avonturen beleefd.’ Sora knikte. Ja, het was wel goed nu. Rust was iets waar ze het allermeeste naar uit keek. Gedrieën, met hun Pokémon aan hun zijde, staarden ze naar de ondergaande zon, hopend dat het volgende bloedstollende avontuur nog even op zich liet wachten.

~NaNo 2013: 88.543 / 50.000 woorden

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud



PROFIEL
KARAKTER

Onderwerp: Re: My Pokémon Adventure; A Kanto Experience |

Terug naar boven Ga naar beneden
 

My Pokémon Adventure; A Kanto Experience

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 2 van 2Ga naar pagina : Vorige  1, 2

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
De Hongerspelen :: Algemeen :: OOC :: Creatief-