Een RPG-forum gebaseerd op de Hongerspelen. Maak een personage aan voor een van de districten en doe mee aan de Hongerspelen!
 
IndexFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

N

O

S

A

E

S

S

T

H

G

I

L

T

O

P

S

Personage van het seizoen
Milly Butterworth
Winnares 1e Spelen
Sage Malone
Winnares 2e Spelen
Madelynn Bristow
Winnares 3e Spelen
Solar Gbadamosi
Winnares 4e Spelen
Kasa Locklear

F

F

A

T

S

Admini
Cecilia Peak
Admini
Tyrell Peak
Moderator
Nike Foxglove
Moderator
Matthew Mills

S

T

I

D

E

R

C

© 2013 - 2015
De Hongerspelen RPG is ontworpen en gemaakt door de Adminies en is gebaseerd op de Hongerspelen trilogie van Suzanne Collins.

Deze skin is getest op
Google ChromeMozilla Firefox

Deel | 
 

 Een avondje uit

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Cecilia Peak
President
avatar

PROFIELAantal berichten : 1514
Registratiedatum : 20-07-13
KARAKTER
Karakter Informatie
Geslacht: Vrouw
Beroep: President
Leeftijd: 35 jaar

Onderwerp: Een avondje uit | zo nov 23, 2014 2:27 pm

Haar pennetje sneed fel over het display, waar een krasje op verscheen. Het document voor haar verdween en een nieuwe verscheen. Haar ogen gleden vluchtig over de inhoud, ze zuchtte zachtjes en zette nog eens daadkrachtig haar handtekening onder een digitale document. Het waren geen bijzonder interessante documenten – het ging vooral over het loon van mensen of rangen waar ze eigenlijk niet in geïnteresseerd was en over bepaalde stukjes land waar bepaalde dingen moesten worden gebouwd. De helft van de documenten die ze onder ogen kreeg zouden niet eens door haar hoeven worden ondertekend, maar hadden genoeg aan een krabbeltje van ministers of hogere assistenten. Hoe de documenten dan toch bij haar terecht waren gekomen, was een vraag waar ze nog nooit antwoord op had gekregen, hoe vaak ze dat ook vroeg. De mensen die ze er verantwoordelijk voor hield, schoven de schuld meestal op anderen. Cecilia vroeg zich af of ze wel beseften dat ze wel betere dingen te doen had dan een handtekening zetten voor het oprichten van een stichting voor kappers die allergisch waren voor haren of duiven die hun richtingsgevoel kwijt waren. Zéker nu de tweede Hongerspelen eraan kwamen, zat ze met haar gedachten bij heel andere dingen dan dit soort vermeende goede doelen, die, zo vermoedde Cecilia, alleen maar opgericht werden zodat de oprichter zelf wat geld binnen kon halen.

Nog eens kraste haar pen over het display, maar dit maal om een voorstel af te keuren – het idee dat iedere inwoner van het Capitool een grote som geld toe zou krijgen voor het renoveren van zijn of haar appartement of villa was simpelweg niet haalbaar en ook grote nonsens. Het aantal gebouwen in het Capitool dat daadwerkelijk toe was aan renovatie was waarschijnlijk op één hand te tellen. Er was haar in ieder geval nooit verteld dat de architectuur van het hoofddistrict te wensen over liet, noch waren er veel mensen die klaagten over hun woningen. Ja, af en toe sprak ze iemand die vond dat zijn of haar zwembad tien centimeter dieper had moeten zijn, of iemand die de kleuren van de hoofdingang van de flat niet mooi vond, maar dat waren dingen die die mensen zelf moesten oplossen. Ze was presidente, geen loodgieter of bouwvakker of wat dan ook. Dachten de mensen nou echt dat ze een duizendpoot was die elk kleine akefietje wel even op kon lossen? Echt, ze zou het heerlijk vinden als dat zo werkte, maar zo ging het er in het echte leven helaas niet aan toe.

Kratsj, weer een nieuwe kras op het display. Cecilia liet zich zuchtend achterover vallen in haar comfortabele leren stoel, toen ze zag dat er geen nieuwe documenten op haar stonden te wachten. ‘Dit was de laatste?’ vroeg ze aan Cassandre Haward, die al die tijd geduldig naast haar had gestaan. Cassandre knikte. ‘Ja, ik denk dat we vandaag af kunnen ronden.’ Die woorden kloniken Cecilia als muziek in de oren. Ze bleef nog even zitten en keek naar het bekraste display. ‘Heb je nog wat van die vloeistof, Cassandre?’ vroeg ze aan haar assistent en toen het even stil bleef verduidelijkte ze: ‘Die vloeistof om de krassen van het scherm af te krijgen.’ Cassandre knikte wederom. ‘Ik denk het wel, ik zal even gaan kijken.’ En weg was hij. Cecilia bleef nog even naar het scherm kijken en stond toen op. Ze rekte haar benen, rug, nek en armen, die stuk voor stuk protesteerden tegen de beweging. Bijna drie uur lang had ze op de leren stoel gezeten, gebogen over het display. Haar ogen deden er pijn van en Cecilia had het akelige gevoel dat haar zicht achteruit ging door al die uren die ze achter het scherm spendeerde. Ze keek naar de klok en zag dat het al weer tegen vijfen liep – tijd om zich klaar te maken voor een gezellig avondje ontspanning!

De laatste keer dat Cecilia uit was geweest puur om te ontspannen, was alweer bijna drie maanden geleden. In die drie maanden was ze heus het regeringsgebouw wel uit geweest, maar eigenlijk alleen voor zakelijke doeleinden. Om die sleur te doorbreken, had ze vandaag afgesproken met haar goede vriendin Nikephoros Foxglove. Eerst zouden ze gezellig ergens gaan eten en daarna een bezoekje brengen aan de bioscoop. Waar ze zouden gaan eten en naar welke film ze zouden gaan hadden ze bewust nog niet afgesproken, omdat het soms ook wel eens lekker was om een spontaan besluit te nemen. Om zes uur hadden ze afgesproken op het Gouden Regenplein, een plein in het centrum van het Capitool, waar veel eet- en uitgaansgelegenheden waren en waaraan bovendien één van de grootste bioscopen van het Capitool gevestigd was. Cecilia keek erg uit naar dit avondje uit en hoopte dat het net zo leuk zou worden als vroeger, voordat Cecilia president was. En wie weet... misschien kon ze het zich voor één keertje wel veroorloven om flink dronken te worden en tot diep in de nacht – of ochtend – te stappen?

Cecilia had nu dus nog een uur de tijd om zich voor te bereiden. Dat was relatief kort, omdat ze vond dat ze er op het moment afzichtelijk uit zag. Ze had een vlecht in gehad, maar daar sprongen al verschillende haren uit los en ook haar make up zat niet bepaald zoals ze het hebben wilde. Ze riep twee van haar stylisten bij zich om haar te helpen binnen een uur presentabel te zijn. Nike zou het waarschijnlijk niet zo’n verschrikkelijke ramp vinden als ze er niet op haar best uit zag, maar wie weet wat voor mensen ze vanavond nog meer tegen zou komen?

‘Houd het stijlvol en simpel,’ droeg ze haar stylisten op. ‘De kans is groot dat we na de film nog even gaan stappen, dus ik kan geen kapsels gebruiken die na een uur alweer uit model zijn. Oh, en Mireya, haal vast even mijn jurk tevoorschijn. Die klassieke turquoise, met de gouden riem.’ Op de voet gevolgd door haar stylisten, liep Cecilia naar de ruime kamer die speciaal was ingericht voor dit soort momenten. De kamer was misschien wel het meeste te vergelijken met de artiestenkleedkamer bij een theater, maar dan natuurlijk net een tikkeltje luxer. Er was een overvloed aan spiegels en vele glazen kasten vol met make up in alle soorten en kleuren. Ook was er een gesloten kast, waarin de nodige pruiken lagen. Cecilia was – in tegenstelling tot veel andere Capitoolbewoners – niet kaal. Ze vond het een vreselijk idee te moeten slapen met een pruik en kaal de nacht doorbrengen was al helemaal geen optie, dus had ze er voor gekozen haar haren niet af te laten scheren. Maandelijks liet ze haar haren blauw verven en af en toe liet ze een haarimplantatie toe. Op gewone werkdagen droeg de presidente dan ook eigenlijk geen pruiken, zeker niet als ze toch geen belangrijke afspraken had. Wanneer ze wel belangrijke afspraken had, koos ze er meestal voor extenties in haar haren te doen. Pas wanneer ze écht iets anders wilde dan blauw, besloot ze een volledige pruik op te doen en haar natuurlijke haren onder een netje weg te stoppen.

Vandaag was het een dag dat ze het graag bij blauw hield, hoewel ze besefte dat haar eigen haarkleur net iets te donker was om mooi te matchen bij de turquoise jurk die ze had uitgekozen voor vandaag. ‘Heeft mevrouw nog wensen?’ vroeg Nicé-Lauritz, die vandaag de taak had gekregen haar haren in orde te maken. Hij stond al bij de pruikenkast. ‘Hou het bij extenties,’ droeg Cecilia hem op. ‘Ik zat te denken aan gestijld haar, niet meer dan dat. Gewoon los, strak naar beneden. Met veel witte plukken er tussendoor. Denk je dat dat zal werken?’ ‘Ik vind het goed klinken,’ merkte Nicé-Lauritz op. ‘We kunnen het allicht proberen, we hebben nog even de tijd.’ Terwijl Nicé-Lauritz dit zei, ging Cecilia zitten en bekeek ze de verschillende make up die op de tafel voor haar lag. ‘Ik wil het goud van de riem terug laten komen in mijn make up,’ merkte ze op, terwijl Nicé-Lauritz aan haar haren begon te plukken en een stijltang tevoorschijn haalde. ‘Heb ik geen nepwimpers met gouden puntjes?’ vroeg ze. ‘Die zou ik op kunnen doen... Hm...’ Ze dacht even na. Nicé-Lauritz floot zacht een deuntje. Hij bemoeide zich zelden tot nooit met Cecilia’s make up, omdat hij één van die zeldzame figuren was die vond dat hoe minder make up je gebruikte, hoe beter het was, omdat de focus dan meer op het haar kwam te liggen. Bij vlagen kon Cecilia zich vinden in die opmerkingen, maar toegegeven: ze vond het veel te leuk om met make up te experimenteren, om het simpel te houden.

Mireya was inmiddels de inloopkast uit komen lopen en legde de turquoise jurk voorzichtig over een stoel heen. De jurk was gemaakt van soepele stoffen, die niet gemakkelijk te kreuken waren, dus veel had ze niet te vrezen, maar je kon natuurlijk nooit voorzichtig genoeg zijn. Ze liep naar Cecilia en Nicé-Laurentz toe en hielp de presidente vervolgens met het uitkiezen van de juiste make up en sieraden, hoewel ze natuurlijk pas echt zouden weten of het zou werken, op het moment dat Cecilia haar jurk aan had getrokken.

Dat gebeurde een half uur later, toen Cecilia’s haar gestijld was en voorzien was van maagdelijk witte extenties. Mireya had inmiddels ook al haar make up gedaan – ze waren uitgekomen op de zwart met gouden nepwimpers, oogschaduw met een tintverloop die van turquoise naar bijna zwart ging, karmijnrode lippen en op haar wangen waren heel subtiel gouden glitters aangebracht, tot aan dicht bij haar slapen, waar de hoeveelheid glitters net iets groter was dan op haar wangen. Ze besloten dat Cecilia het beste geen oorbellen kon dragen, omdat die haar haren alleen maar in de weg zouden zitten – haar oren waren dan ook niet zichtbaar, omdat haar haren daar overheen vielen. Ook om haar hals droeg ze geen sieraden, omdat Mireya wist dat halssieraden af zouden doen aan de jurk. Om haar linkerarm droeg Cecilia een simplistische, maar stijlvolle gouden armband en daar hield de hoeveelheid sieraden alweer op. Cecilia hield van sieraden, maar ze wist dat het soms beter was om er zo min mogelijk te dragen.

Toen ze eenmaal de jurk aan had, bleek het een simpel, maar mooi geheel te vormen. Het was lang niet zo uitbundig als de gemiddelde Capitoolmode, maar Cecilia wist dat ze in de bioscoop en tijdens het stappen ook niet zat te wachten op uitbundige mode. De jurk zat heerlijk comfortabel, in de vorm die in de klassieke oudheid de ‘toga’ werd genoemd, hoewel deze toga natuurlijk iets gracieuzer was. Om haar middel droeg ze dus een gouden riem, die niet haar hele middel omcirkelde, maar bij haar rechterzijde open was, zodat de toga daar vrijelijk kon bewegen. Aan haar linkerzijde hield de riem de toga wél in bedwang. Het resultaat was dat de toga wel over haar rechtarm viel, maar niet over haar linkerarm, die dus bloot bleef. Aan haar voeten droeg ze schoenen met hoge sleehakken, die haar zeker tien centimeter groter maakten dan dat ze was. De schoenen zelf waren wit van kleur, maar de sleehakken waren goudkleurig.

‘U ziet er weer prachtig uit,’ merkte Mireya op en Nicé-Laurentz viel haar meteen bij. Cecilia glimlachte naar hen. ‘Dank jullie wel voor jullie uitstekende werk,’ zei ze. ‘Mireya, ik zie dat het inmiddels al tien over half zes is, vertel jij Blandus Gallagher dat hij de auto binnen vijf minuten gereed moet hebben staan. De kleine.’ Dat laatste voegde ze snel toe om aan te geven dat ze met een kleiner model auto naar het Gouden Regenplein gebracht wilde worden. Er stonden meerdere auto’s in de garage van het gebouw, maar de meeste waren erg opvallend. Er stond echter ook een kleinere auto, die Cecilia graag gebruikte voor gelegenheden waarbij ze niet zo in de schijnwerpers hoefde te staan.

Blandus Gallagher, één van de chauffeurs die de regering rijk was, stond stipt vijf minuten later met de auto voor het gebouw. Hij hield de deur open voor Cecilia, die, omdat de auto zo klein was, op de voorste stoel moest zitten. Dit had ze geweten toen ze had opgedragen de kleinere auto te pakken, maar toch moest ze bekennen dat ze eigenlijk liever op de achterbank zat. Om de één of andere reden voelde dat stijlvoller.

Het Gouden Regenplein was niet ver rijden, slechts een kleine tien minuten met het huidige verkeer. Toen ze aankwamen bij het altijd drukke, maar gezellige plein, stapte Gallagher weer als eerste uit, om de deur voor Cecilia te openen. Hij maakte een kleine buiging voor haar toen ze uitstapte en wenste haar een prettige avond. ‘Ik wens u ook een prettige avond toe,’ reageerde Cecilia, hoewel dat meer gewoonte was, dan dat ze het uit de grond van haar hart meende. Eerlijk gezegd kon ze zich geen voorstelling maken van hoe Blandus Gallagher zijn avonden vulde. Hij kon niet onderuitgezakt op de bank een fles wijn leegzuipen – waar ze hem wel voor aanzag – want hij was degene die Cecilia vanavond, als ze hem oppiepte, weer op moest komen halen en hij zou ongetwijfeld beseffen dat ze het niet zou tollereren als hij dronken achter het stuur kroop. Ook andere avondvullende programma’s waren lastig op dat moment, want als hij bijvoorbeeld naar het theater wilde, dan moest hij beseffen dat hij halverwege de voorstelling opgepiept kon worden door de presidente.

Dit alles ging een kort moment door Cecilia heen, maar ze vergat het weer toen Gallagher de deur achter haar sloot, weer in de auto ging zitten en er vandoor reed. Cecilia stond aan de rand van het Gouden Regenplein, een zeer indrukwekkend plein, dat zijn naam dankte aan de vijf wensfonteinen die het rijk was. Blijkbaar werd er zoveel geld in de verschillende fonteinen gegooid, dat het met een gouden regen vergeleken werd. Om in te spelen op de naam van het plein, was er, nog niet eens zo heel lang geleden overigens, bedacht dat het een mooi idee was om miniscuul kleine stukjes bladgoud aan het water toe te voegen, zodat het niet alleen blauw en zilverkleurig reflecteerde in het licht, maar ook nog eens goudkleurig.

Cecilia liep naar de dichtstbijzijnde fontein toe. Deze ging onder de naam ‘de Fontein van de Rijkdom’. Elke fontein op het plein had zijn eigen thema. Dit was ook weer een slim idee van de maker van het plein, want elke fontein had zo zijn eigen wensen die hij in vervulling zou kunnen laten gaan. De middelste fontein, de grootste, was overigens de minst specifieke en ging onder de naam: ‘De Fontein van Panem’. In vierkants- of cirkelvorm (dat was maar net hoe je het bekeek) stonden de vier andere fonteinen om deze grote fontein heen. Elk van deze fonteinen bezette dus een non-existentiele hoek op het plein (want het plein was rond, net als de vijf fonteinen elk rond waren). De andere vier fonteinen gingen respectievelijk onder de namen “de Fontein van het Leven”, “de Fontein van de Liefde”, “de Fontein van de Onbezorgdheid” en als vierde dus “de Fontein van de Rijkdom”. Het mocht voor zich spreken, dat je, wanneer je op zoek was naar een relatie, je een muntje gooide in de Fontein van de Liefde, maar wanneer je wenste dat je grootmoeder nog een paar dagen langer te leven had, kon je beter naar de Fontein van het Leven gaan.

Cecilia had één keer een muntje in één van de fonteinen gegooid, namelijk in de Fontein van Panem, vlak nadat ze verkozen was tot presidente. Dat was toen door heel Panem heen uitgezonden, mede omdat het gooien van het muntje gevolgd was door een speech van de nieuwe presidente. De reden dat Cecilia nooit vaker een muntje in één of meerdere fonteinen had gegooid, had er mee te maken dat ze wist dat ze haar vader niet terug zou krijgen bij het gooien van een muntje in de Fontein van het Leven (die overigens toepasselijker “De Fontein van het Leven en de Dood” had kunnen heten, want Cecilia wist dat er zat mensen waren die er een muntje in gooiden juist met de wens om iemand dood te hebben), ze had te veel geld om te vragen om nog meer geld, ze wist dat haar zorgen niet weg zouden gaan door een stompzinnig muntje in de Fontein van de Onbezorgdheid en ze had het simpelweg te druk om überhaupt te denken aan het gooien van een muntje in de Fontein van de Liefde.

Het Gouden Regenplein was één van de grootste pleinen in het Capitool. Het was rond en werd omcirkeld door diverse uitgaansgelegenheden, waarvan de meeste restaurantjes en bars waren, maar hier preikten ook de enorme LaPointe bioscoop, de St. Pierre Kathedraal (die voornamelijk een sierfunctie in beslag nam en gebouwd was in een periode dat de nieuwe barok hot and happening was in het Capitool) en de beroemde Resnik Opera, die geflankeerd werd door de Maximus, een zaal waar héél andere muziek ten gehore werd gebracht en die ook aan de buitenkant een groot contrast vormde met de Resnik Opera.

Cecilia’s ogen gleden over de menigte op het Gouden Regenplein. Ze had Nike laten weten dat ze bij de Fontein van de Rijkdom zou wachten, maar ze was lang niet de enige die rond deze fontein stond en dus was het lastig te zien of Nike er al was. De Fontein was bovendien zo groot, in de hoogte en in de breedte, dat je niet alle mensen die om de fontein heen stonden kon zien. Dit gold overigens voor alle fonteinen op het plein. Kosten noch moeite waren gespaard om de fonteinen de aandacht te laten trekken en dit was gelukt, want Capitoolbewoners kwamen van heinden en verre om de fonteinen minstens één keer in hun leven te kunnen zien.

Hoe ze er dan uit zagen? Nou, dat zal ik je met plezier vertellen. Alle vijf de fonteinen waren opgebouwd uit hetzelfde principe: een cirkelvormig bassin, met in het midden een reusachtig beeldwerk van een of meerdere dieren, die elk hun symboliek hadden. Waar het water – de fontein zelf dus – uit spoot, verschilde per fontein. De Fontein van de Rijkdom bestond uit een reusachtig rendier, dat statig voor zich uit keek. Hij bevond zich op een rots, waarin kieren zaten waar het water uit stroomde en spoot, als kleine watervalletjes. Op deze rots waren ook nog sierlijke hermelijnen geplaatst, die in verschillende richtingen de bezoekers van aan de fontein uitdagend aankeken. Vergelijkbaar met deze fontein, was de Fontein van het Leven, waarop een grote bison de bezoekers aankeek. Ook de bison was op een rots (of eigenlijk meer een heuvelachtig gevaarte) geplaats waaruit water kwam stromen en spuiten. Onder en naast de bison kropen mollen uit het heuvelachtige stuk steen omhoog. Uit hun bekjes kwamen kleine straaltjes water. De Fontein van de Liefde, vervolgens, was de hoogste fontein van het plein. Een giraf torende nog net niet boven de lagere gebouwen rond het plein uit. Met zijn lange poten stond hij in het water, waarin ook sierlijke, kleine dolfijnen geplaatst waren, die elk water spoten. Langs de nek van de giraf stroomde ook water, maar waar dat water precies vandaan kwam, kon Cecilia niet zeggen – het kwam ergens bij de kop van het beest vandaan, maar die was zo hoog, dat het voor bezoekers op de grond slecht te zien was. De Fontein van de Onbezorgdheid was qua doorsnede net zo groot als de andere drie fonteinen, maar het beest op de fontein was een stuk minder omvangrijk. Een gems leek de bezoekers nieuwsgierig aan te kijken, ook dit dier stond op een rots waar water uit kwam stromen. Om de rots heen waren de koppen van zeeleeuwen te zien, die natuurlijk het nodige water uitspoten.

Tot slot de grootste en laatste fontein, die exact in het midden van het plein gestationeerd was. De Fontein van Panem was enorm en bevatte heel erg veel symboliek. Natuurlijk kwamen alle dieren van de andere fonteinen ook in het beeld op deze fontein weer een kijkje nemen, maar daarnaast waren er ook nog allerlei verwijzingen naar de dertien districten die Panem rijk was – met de nadruk op was. Het beeldhouwwerk in het midden van het water was één grote, bonte verzameling van dieren, met op de top het symbool van het Capitool: de adelaar. Alle vijf de fonteinen waren uitgerust met de nodige belichting, zodat ze bij dag én nacht ware pareltjes voor het oog waren en natuurlijk een prachtige, gouden gloed over zich heen hadden liggen.

Hoe dan ook, genoeg over dat. Cecilia had inmiddels Nike gevonden en liep naar haar toe, waarbij ze heel wat mensen en prachtige maar onpraktische hoeden en kapsels moest zien te omzeilen. ‘Nike!’ riep ze vriendelijk uit. ‘Wat is het goed je weer te zien.’ Ze stak haar hand uit naar haar goede vriendin en boog zich voorover om haar drie zoenen te geven. Ze voelde nu al dat deze avond heel bijzonder zou worden.

OOC: Hoewel Cecilia met Nike op stap gaat, is natuurlijk iedereen welkom om ze lastig te komen vallen!
Also, sorry voor het hoge onzingehalt, maar ja, Nano.

NaNoWriMo Wordcount: 31.028/50.000

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://www.hongerspelenrpg.com
 

Een avondje uit

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

 Soortgelijke onderwerpen

-
» Een avondje uit

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
De Hongerspelen :: Districten :: Het Capitool-